De ultieme playlist van The Doors

the-doors

Voor Lust For Life’s playlist-editie maakten Nederlandse muzikanten een top 10 van een andere bewonderde artiest. Omdat er uiteraard een selectie gemaakt moest worden, stellen Lust For Life-medewerkers de komende weken playlists samen van enkele namen die niet aan bod kwamen in LFL062. Vandaag: redactrice Caya Forman over The Doors.

Jim Morrisons geest nam een aantal jaar geleden – en, toegegeven, na meer dan een paar bier – tijdelijk bezit van mijn broer, toen hij het podium bestormde tijdens de show van een The Doors-tributeband en de tekst van When The Music’s Over vol overgave meekrijste. Nog nooit eerder was onze familieband zo duidelijk. Zelfs mijn door elektronische muziek geobsedeerde zus heeft een zwak voor de orgeldeuntjes in combinatie met Morrisons poëtische geraas. Waarom raakt The Doors een gevoelige snaar bij zo veel mensen? Ik heb er geen antwoord op, maar een van mijn studiegenootjes gaf ooit een redelijk aanneembare verklaring: “Jim Morrison is kunst.” En kunst moet je vooral niet uitleggen. Oh, en mocht je het je nu nog afvragen: hier ga je geen songs van na de dood van de zanger vinden.

10. Riders On The Storm (L.A Woman, 1971)

Ik trap de playlist rustig af met een van de meer toegankelijke nummers van de groep. Iemand vertelde me ooit dat Riders On The Storm een van de saaiste songs was die hij ooit had gehoord, maar het simpele, ontspannen geluid is juist wat het liedje zo mooi maakt. Een van de eerste keren dat ik het hoorde lag ik plat op de achterbank van de auto van mijn ouders terwijl we ’s nachts door de regen over de snelweg reden. Ik keek door de zijruit naar de zwarte lucht en de voorbijrazende waterstroom en heel even leek het alsof het speciaal voor mij, voor dat moment geschreven was.

9. Soul Kitchen (The Doors, 1967)

Net als bij bijna alle songs van de band, heb ik bij Soul Kitchen geen flauw idee wat Morrison nou duidelijk probeert te maken. ‘Let me sleep all night in your soul kitchen / Warm my mind near your gentle stove / Turn me out and I’ll wander, baby / Stumblin’ in the neon groves’. Hoe dan ook, het klinkt fantastisch.

8. Peace Frog (Morrison Hotel, 1970)

Peace Frog is duidelijk het meest dansbare, upbeat nummer van The Doors, maar vreemd genoeg beschrijven de lyrics erg bloederige toestanden. Aan het eind van de song wordt een stukje voorgelezen uit Morrisons gedicht Dawn’s Highway, waarin de zanger beschrijft hoe hij als kind met zijn ouders door de woestijn reed en een groep zwaargewonde, stervende Native Americans in het zand zag liggen. Niet bepaald een vrolijke jeugdherinnering, maar het heeft wel voor een erg catchy stukje muziek gezorgd.

7. L.A Woman (L.A Woman, 1971)

Het onheilspellende gebrom van een optrekkende muscle car in de eerste seconden van de titelsong is vaak al genoeg om mij kippenvel te bezorgen. L.A Woman is het laatste album dat Morrison ooit met The Doors zou maken en deze intro staat voor mij symbool voor de gekte van de zanger en de razende levensstijl die niet veel later zijn leven zou eisen. De rest van de song is vrolijk op een bijna lachwekkende manier – vooral veroorzaakt door Ray Manzareks hysterische pianogepingel – maar wordt halverwege plotseling duister en bluesy wanneer Morrison de welbekende anagram van zijn naam “Mr Mojo Risin” begint te scanderen. Geniaal.

6. Five To One (Live At The Aquarius Theatre: The First Performance, 2001)

Iedereen die niet als een popmuziekvrezende Mormoon geleefd heeft, weet dat The Doors boven alles een geweldige liveband was. Hun shows werden natuurlijk vooral aangestuurd door Morrison, die regelmatig zorgde voor een goede dosis door drugs aangewakkerd entertainment, verontwaardiging en hier en daar zelfs een hardhandig politieoptreden. Deze liveregistratie van Five To One uit 1969 is niet dermate spectaculair, maar geeft wel een goede indruk van de kracht van The Doors op het podium.

5. Love Me Two Times (Strange Days, 1967)

Het is moeilijk om Love Me Two Times geen fijn nummer te vinden – catchy blues die altijd een goed humeur weet te produceren. Het tweede album van The Doors, Strange Days, staat vol desoriënterende experimentjes als Unhappy Girl en Horse Latitudes. Apart, ja, maar ik hou het meest van The Doors wanneer ze me een beetje laten huilen óf de kamer laten rondspringen als een schrikbarend nuchtere versie van hun frontman. En Love Me Two Times hoort zeker binnen die laatste categorie.

4. The Crystal Ship (The Doors, 1967)

Over janken gesproken; als er één song is die me ontroostbaar verdrietig maakt, is het wel The Crystal Ship. Het is gebruikt in de laatste scènes van The Doors-documentaire When You’re Strange en weet elke keer dat ik de film kijk weer een traantje uit me te trekken. Een ultiem mooi liedje.

3. The Spy (Morrison Hotel, 1970)

Op Morrison Hotel wijdt The Doors bijna een compleet album aan hun roots; de blues. En wat doen ze dat goed. The Spy is met afstand mijn favoriete nummer op de plaat, met die typerende logge baslijntjes en drums. Gooi dat samen met Jim Morrisons rauwe stem en je krijgt een knap staaltje muzikale porno.

2. The End (The Doors, 1967)

The End is weer zo’n typische The Doors-song met een bizarre tweedeling. Het begint prachtig melancholisch en eindigt agressief en verwarrend. Van het rouwen om een stukgelopen kalverliefde tot bizarre teksten over het vermoorden van je vader en seks hebben met je moeder – geweldig. Alleen The Doors komt met zoiets weg. Nou ja, tegenwoordig komt de band ermee weg. Toen Morrison, zwaar onder invloed van LSD, de song voor het eerst zong in de Whiskey A Go Go in Los Angeles werden hij en de rest van de band zonder pardon de tent uitgeschopt.

1. When The Music’s Over (Strange Days, 1967)

Het bijna elf minuten durende When The Music’s Over is met afstand het langste nummer op Strange Days, maar bevat genoeg tempowisselingen, solo’s en andere onderbrekingen om de aandacht moeiteloos vast te houden. Het ene moment lijkt Morrison in de microfoon te fluisteren en seconden later duwt hij een bijna angstaanjagende schreeuw uit zijn strot. Als ik één song live had willen zien – als ik ten eerste het geluk had gehad een paar decennia eerder geboren te zijn – dan was het zonder twijfel When The Music’s Over. En ik weet zeker dat mijn broer het daar roerend mee eens was geweest.

1 Reactie

  1. Marcel 2 november 2016 Reageer

    Als het niet duidelijk is wat JM probeert te zeggen in zijn nummers (e.g. Soul Kitchen) dan moet je je afvragen of de diepere laag in deze muziek wel geschikt voor je is. JM was klassiek geschoold in de literatuur, reikend van Filosofie tot Franse klassieke dichters als Arthur Rimbaud. In zijn teksten wordt veel beeldspraak, surrealisme en symboliek gebruikt.The Doors hebben enkele nummers gemaakt over L.A.(e.g. L.A. Woman, Love Street,Soul Kitchen)in hun belevingswereld.

    Soul Kitchen is een nummer dat refereert naar een voormalig eet- en drinkgelegenheid (genaamd Soul Kitchen) waar JM veel kwam (tot diep in de nacht)in Venice beach, LA. Diep in de nacht, na zich te hebben verwarmd (en volgezopen), werd JM weer de straat opgegooid rond sluitingstijd(well the clock says its time to close now), om daarna zwervend door de stad omringt te zijn door neonlichten…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*