Best Kept Secret 2013 – Festivalverslag

Stop 15.000 uitgelaten muziekliefhebbers in een safaripark en je weet dat het een bijzonder weekend wordt. Plant daar een stuk of dertig biologische eettentjes omheen, regel een indrukwekkende line-up met een paar wereldacts en een aantal interessante kleinere namen en het wordt een onvergetelijk evenement. Met genoeg poncho’s in de aanslag en een ijzersterk humeur ging Lust For Life op zoek naar de meest interessante (indierock)optredens van dit nieuwe, driedaagse festival in Hilvarenbeek. 

Het had perfect kunnen zijn. De eerste editie van Best Kept Secret: een karakteristiek muziekfestival aan het water. Helaas hadden de weergoden meer zin in een waterfeestje en besloten ze op de meest onverwachte momenten de festivalgangers te verrassen met een spontaan stortbad. Ach ja, hoef je in ieder geval niet meer in de ellenlange doucherij te staan op het campingterrein. Wij laten ons natuurlijk niet kennen en op de eerste – en uiteindelijk meest droge – dag van Best Kept Secret zijn we getuige van de geboorte van een waardig nieuw zusje van Lowlands en Pinkpop. Om in die positieve stemming te blijven, zullen we trouwens niet al te veel uitweiden over enkele organisatorische misstappen. Laten we het zo zeggen: het was nog een flinke survivaltocht om überhaupt aanwezig te zijn…

Het is na mainstage-opener Danny Brown de beurt aan The Maccabees (vrijdag 18.15 – 19.15, Stage One) om het langzaam binnendruppelende publiek te vermaken. De Britse band weet met een hoop drumgeweld en wild gitaarspel de aandacht van het publiek goed vast te houden. Na een vriendelijke waarschuwing voor wilde dieren en een goedbedoeld advies van zanger Orlando Weeks om goed op elkaar te letten, zet het zestal William Powers in. Een moshpit en veel meezinglawaai later is het tijd voor de zomerse hit Pelican. Echt zomer wordt het niet, maar de indierockers zorgen nu al voor een van de hoogtepunten van het festival.

The Maccabees verzorgde al vaker het voorprogramma van Bloc Party (vrijdag 20.00-21.00, Stage One) en vanavond is dat niet anders. De Britse postpunkers gaan over een maand of wat voor onbepaalde tijd op vakantie, maar de heren (vandaag aangevuld met dame Sarah Jones van New Young Pony Club op drums) willen toch nog even een paar grote festivals doen om te voorkomen dat het publiek hun band zou vergeten. Ook het mainstage van Best Kept Secret moet eraan geloven en het moet gezegd: de band wekt op deze regenachtige (goh) vrijdagavond de indruk ook behoorlijk aan een pauze toe te zijn. Frontman Kele Okereke maakt – al kauwgum knauwend – vooral in het begin van het optreden een wat ongeïnteresseerde indruk, hij zingt niet al te sterk en de band heeft wel eens strakker gespeeld. Toch is het zeker niet allemaal kommer en kwel. Gaandeweg de show lijkt Okereke er wat meer lol in te krijgen en ‘oude’ hits als Banquet, Song For Clay en vooral het afsluitende Helicopter hakken er ouderwets hard in bij het publiek. Een krappe voldoende dus, maar die rustpauze is wel een prima idee.

Na de eerste twee explosief succesvolle platen besloot Arctic Monkeys (vrijdag 21.45-23.00, stage One) zijn imago van verlegen vagebond in te wisselen voor een meer volwassen showbizzgeluid. Met een glitterjasje en een zelfvoldane glinstering in zijn ogen staat zanger/gitarist Alex Turner met zijn band als volwaardige eerste headliner op het podium van Best Kept Secret. Hij is het stralende middelpunt van de avond. En dat is zeker verdiend, want met zijn dichterlijk pisnijdige songteksten scoort hij al jaren hit na hit. En dat levert vanavond een gevarieerde setlist op. De band uit Sheffield opent gedurfd met het kakelverse nummer Do I Wanna Know?, slechts een halve week oud, dat het startsignaal is voor een waanzinnig live-optreden. Arctic Monkeys wisselt songs van Humbug (2009) en Suck It And See (2011) slim af met oude klassiekers als Brianstorm en Dancing Shoes. Een ontzettend sterke set, waarbij Turner het niet nodig lijkt te vinden veel non-muzikale woorden het publiek in te sturen. Misschien maar beter ook, gezien zijn onverstaanbare Sheffield-gebrabbel. Na When The Sun Goes Down staat het publiek in lichterlaaie en het lijkt een volwaardige afsluiter van de toegift. Toch is 505 het eindpunt van de show. Nu kunnen we slechts hoopvol wachten op het beloofde nieuwe album.

Op zaterdag vluchten we van tent naar tent over het festivalterrein. Niet zozeer vanwege die fijne regendruppels, maar ook door het drukke programma vol optredens die we absoluut niet mogen missen. Agnes Obel (zaterdag 16.15-1700, Stage Two), bijvoorbeeld. De frêle Deense debuteerde drie jaar geleden met het album Philharmonics, vol prachtige liedjes op het raakvlak van folk, klassiek en (indie)pop. De achter een grote vleugel en blonde haardos verstopte Obel laat zich als altijd begeleiden door celliste Anne Ostsee en de twee blondines weten de zaal met gemak voor zich te winnen – althans, de voorste helft van de zaal, want jammer genoeg is het geluid van Stage Two niet echt geschikt voor dergelijke verstilde muziek. Zonde is ook dat er een fiks aantal naarlingen de tent is binnengedrongen om te ontsnappen aan de zoveelste forse regenbui. Op zich niet erg, maar voorgenoemde types vinden het blijkbaar nodig om zo hard met elkaar converseren dat Agnes en Anne er bijna niet bovenuit komen. Al met al een mooi optreden dus, maar lang niet zo legendarisch als het had kunnen zijn.

Om half negen is het tijd voor Two Door Cinema Club (zaterdag 20.30-21.30, stage One). De eerste ritmische synthpoptonen van opener Sleep Alone gaan (het lijkt wel gepland) gepaard met weer een nieuwe, zeer hardnekkige regenbui. Waar het publiek overigens geen last van blijkt te hebben. Gehuld in regenponcho’s en zittend op de schouders van medeslachtoffers wordt uitbundig meegezongen met hits als Undercover Martyn en Something Good Can Work. Helaas zijn de Noord-Ieren het slachtoffer van het slechte weer in combinatie met een buitenpodium: de wind draagt de stem van roodharige Alex Trimble naar plaatsen waar de zon niet schijnt. Letterlijk. Maar de frontman zingt stug door en wisselt zijn gitaarspel sporadisch af met geram op een synthesizer. Een strak optreden, waarbij helaas het weer een negatieve rol speelde.

Het is stamp- en stampvol in de festivaltent van Stage Two, de grote tent op Best Kept Secret. Jong en oud verzamelt zich om een glimp op te vangen van de nerdy superband Alt-J (zaterdag 21.15-22.00, Stage Two). Met slechts één album in de aanslag, maar wel de Mercury Music Prize op zak, is het aan de Britse indierockers (of folksteppers?) om het publiek te geven waar ze ongegeneerd om vragen. Liefkozend steken de toeschouwers hun vingers in de lucht in de vorm van een driehoek, of delta; het symbool van de band. Na lang wachten wordt – hoe toepasselijk – het nummer Intro ingezet en zoals verwacht explodeert de tent vervolgens volledig. Niet dat de vier jonge muzikanten op het podium dat ook maar enigszins doorhebben. Toetsenist Gus Unger-Hamilton in zijn geruite trui die hij zeer waarschijnlijk van zijn opa heeft geleend gaat volledig op in zijn toetsenspel en dat geldt ook voor frontman Joe Newman. Gevolg? Een intense en strakke show waar publiekslievelingen Tesselate en Matilda zorgen voor een uitbundige mensenmassa met spastische ledematen (het gevolg daarvan is te zien op het achterhoofd van ondergetekende).

Een muzikant die dronken het podium op strompelt, is nooit grappig. Maar een eigenzinnige muzikant die zich tíjdens het optreden klem zuipt, is dat wel. Damien Rice (zaterdag 22.00-23.15, Stage One) vertelt, voorafgaand aan het nummer Cheers Darlin’, over een mislukte versierpoging. En voor het totaalplaatje horen daar uiteraard de nodige wijntjes bij. Want, zoals de zanger zelf aangeeft: “I like to be authentically drunk when I sing this song”. Dus slaat Rice halverwege de show een halve fles wijn achterover. Het was in eerste instantie toch even slikken, Damien Rice in zijn eentje op dat grote podium. Maar deze singer-songwriter snapt precies hoe je een solo-optreden indrukwekkend moet maken. Bij Volcano spoort Rice het publiek aan sneller en sneller mee te zingen en wanneer hij op de vleugel wereldhit 9 Crimes inzet, gaat er een golf van ontroering door de buitenlucht. Bij toegift The Blower’s Daughter zijn op de gigantische beeldschermen beelden te zien van geëmotioneerde meisjes en dames die betoverd de tekst meezingen en letterlijk hun ogen niet van de zanger af kunnen houden. Het romantiekgehalte is zeer hoog tijdens de afsluiter van de tweede dag van Best Kept Secret. Dat is onder meer te merken aan het irritant kleffe stelletje voor ons, waarbij het vrouwelijke deel van het dynamische duo dolgraag aan de rest van het publiek wil laten zien hoe goed ze de tekst kent. Wat totaal geen indrukwekkende prestatie is. Rice heeft namelijk sinds het album 9 uit 2006 al geen nieuw materiaal meer prijsgegeven. Hij zorgt vanavond dus voor een flinke verrassing als hij als toegift het nieuwe The Box speelt. Een gevoelig en dramatisch liedje – precies wat we van Damien Rice gewend zijn.

Op de laatste dag van Best Kept Secret slaat de vermoeidheid toe bij de festivalgangers. Vreemd genoeg uit zich dat niet in lamlendig biergezuip, maar besluiten enkele dwazen in hun ondergoed een paar baantjes te trekken in het ijskoude meer en klimt een nog grotere idioot tijdens het springerige optreden van Cashmere Cat (zondag 19.00-19.45, Stage Three) in een van de stellages van de festivaltent. Om vervolgens van een meter of tien hoog naar beneden te springen. Zonder opgevangen te worden. De jongen in kwestie schijnt er nog goed van af gekomen te zijn – over mazzel gesproken. Springerig is het optreden van Kurt Vile & The Violators (zondag 19.45-20.45, Stage Three) in elk geval niet. Eerder wat aan de saaie kant, en dat valt tegen van de man die de laatste jaren toch een paar prachtplaten de wereld in heeft geslingerd. Maar de mix van indierock en indiefolk met vleugjes psychedelica en heartland rock komt op het grote podium niet tot zijn recht en de mompelende voordracht van heer Vile helpt al helemaal niet mee.

De dame en heren van Portishead (zondag 20.45-21.45, Stage Three) wisten van tevoren al dat hun muziek pas echt knalt als ze een dak boven hun hoofd hebben, dus koos deze legendarische triphopband ervoor om niet op het hoofdpodium te staan, maar een optreden te verzorgen in de grote tent. Een uitstekend idee, zo blijkt. De groep rond zangeres Beth Gibbons mag dan misschien in 22 jaar tijd slechts drie platen hebben gemaakt (waarvan de laatste, Third, in 2008 verscheen), dat materiaal is zonder uitzondering van hoge klasse en de band weet de broeierige, van spanning overlopende songs meer dan uitstekend te vertalen naar het podium. Geen nieuwe songs helaas – dat lag ook niet in de lijn der verwachting – maar waanzinnig mooie uitvoeringen van o.a. Glory Box, Sour Times en We Carry On maken dat gemis meer dan goed.

Vlak voor het optreden van de afsluiter van het hele festival, Sigur Rós (zondag 21.45-23.00, Stage One), is het nog niet stervensdruk op het grote veld voor het hoofdpodium –  vooral omdat Portishead nog bezig is met het platspelen van Stage Two. Zodra de eerste noten van de IJslandse postrockers over de weide vliegen, loopt het echter snel vol. En terecht, want de bevreemdende, betoverende composities van Jón ‘Jónsi’ Birgisson, Georg Hólm en Orri Páll Dýrason laten zelfs de meest macho metalhead wegzweven naar mooie, al dan niet IJslandse oorden. Maar denk niet dat Sigur Rós alleen maar goed is voor dromerige sprookjesmuziek – integendeel, het is juist de spanningsboog tussen ambient-achtig sfeervol en naar metal neigend bombast dat de band speciaal maakt. Op plaat, maar zeker ook op het podium, zo blijkt maar weer tijdens Best Kept Secret. Vooral de songs van het nieuwe, zevende studioalbum Kveikur denderen werkelijk over het veld, maar ook de loeiharde versie van Festival (met een schijnbaar minuten durende vocale uithaal van Jónsi), het altijd mooie Glósóli en het afsluitende Untitled 8 (of Popplagið, zo u wilt) overdonderen in al hun pracht. Voor communicatie met het publiek ben je bij Sigur Rós nog immer aan het verkeerde adres, maar dat is eigenlijk niet erg – dat zou de luisteraars alleen maar uit de sfeer halen. Een uitstekend optreden van deze wereldband, en een meer dan waardige afsluiter van de eerste editie van Best Kept Secret. Een editie die de boeken in zal gaan als nat en koud, maar vooral als: bijzonder de moeite waard. Zondagavond kondigde festivaldirecteur Robert Swarts aan dat Best Kept Secret in 2014 terugkomt. Als we nu met z’n allen een jaar lang een zonneschijndans gaan doen, is de tweede editie misschien wel van pure perfectie

Gezien op 21, 22 en 23 juni op Best Kept Secret 2013
Foto’s: Willem Schalekamp

Meer foto’s van het festival staan op onze Facebook-pagina!

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*