Dankzij het nieuwste album van The Black Keys, Delta Kream, komt een nieuwe generatie luisteraars in aanraking met de blues. En da’s mooi, want het genre blijft fascineren en inspireren. Lust For Life staat de komende maanden uitgebreid stil bij verschillende bluestijdperken, van de pioniers uit de Mississippi Delta tot de helden van nu. We trappen af met de meest essentiële albums met werk van de vroege invloeden, waar bands als The Rolling Stones medio jaren zestig op voortbouwden: van Lead Belly tot Buddy Guy.
Lead Belly – Negro Sinful Songs Sung by Lead Belly (1939)
Naast een dubieuze reputatie als bajesklant maakte Huddie ‘Lead Belly’ Ledbetter in de eerste helft van de vorige eeuw goede sier met zijn krachtige stem, virtuoze spel op de twaalfsnarige gitaar en af en toe in gospel gedrenkte folk blues. Hij imponeerde zowel met eigen materiaal als met interpretaties van oude (folk)traditionals zoals The Gallis Pole, Black Betty en Black Girl (In The Pines). Die laatste werd in 1993 nog uitermate succesvol gecoverd door Nirvana als Where Did You Sleep Last Night. Maar zijn invloed reikte veel verder (en vroeger): o.a. Led Zeppelin, Tom Waits en The White Stripes namen songs van hem op en George Harrison ging nog een stapje verder toen hij in een interview meldde: “Zonder Lead Belly was er geen The Beatles geweest”. Negro Sinful Songs is zijn eerste langspeler, maar wie een completer overzicht wil met alle klassiekers kan terecht bij Where Did You Sleep Last Night: Lead Belly Legacy Vol. 1. [MC]
Charley Patton – Founder Of The Delta Blues (1970)
Zijn woorden zijn niet altijd verstaanbaar door de consistente gruis die klinkt als de Nederlandse zomer (lees: regenstorm na regenstorm), maar wat op Founder Of The Delta Blues direct opvalt is het gigantische stemgeluid dat uit het kleine bluesmannetje Charley Patton komt. Geen wonder dat die stem ook andere grote bluesgenoten bereikte, zoals Robert Johnson, Son House en Howlin’ Wolf. En bij wie denk je dat Jimi Hendrix heeft afgekeken om zijn gitaar achter zijn hoofd te spelen? De ‘First Rock & Roller’, de ‘Father Of The Delta Blues’: die bijnamen mag showman Patton terecht achter zijn naam schrijven. Tientallen jaren later krijgt hij bij het grote publiek eindelijk de erkenning die hij zo’n honderd jaar geleden al verdiende toen hij deze nummers opnam: Patton werd in mei dit jaar toegevoegd aan de Rock And Roll Hall Of Fame als ‘Early Influence’. Het werd tijd! [JE]
Robert Johnson – King Of The Delta Blues Singers (1961)
Blueslegende Robert Johnson (1911-1938) nam bij leven geen albums op – dat was in de jaren dertig nog niet hip – maar in 1961 verscheen wel deze meer dan voortreffelijke compilatie. Die zette het leven van menig jonge muzikant op z’n kop. De plaat is een verzameling van zestien songs die de man die zijn ziel aan de duivel zou hebben verkocht in 1936 en 1937 in twee sessies opnam voor het Vocalion-label. King Of The Delta Blues Singers was de langspeler die wereldsterren als Jimi Hendrix, Bob Dylan en Eric Clapton op het goede pad zette. Vooral de laatste ontpopte zich als een ware Johnson-adept. Op John Mayalls legendarische plaat Blues Breakers With Eric Clapton uit 1966 zong hij Johnsons Ramblin’ On My Mind. Twee jaar later nam hij met Cream Cross Road Blues op en in 2004 verscheen zelfs een compleet coveralbum: Me And Mr. Johnson. Toch zijn het nog altijd deze originelen die zelfs na 85 jaar in al hun rauwheid de meeste impact hebben. [MC]
T-Bone Walker – T-Bone Blues (1959)
Steve Miller zat nog niet eens op de middelbare school toen hij blueslegende T-Bone Walker ontmoette, zo vertelde hij ooit met gepaste trots in dit blad. Een levensveranderend moment voor de toekomstige rockster, wiens gitaarspel mede gevormd werd door deze Aaron Thibeaux Walker. En hij bleek bepaald niet de enige: alleen al de lijst met covers van Stormy Monday is eindeloos – waarop die van The Allman Brothers Band een vermelding in gouden letters verdient. Op T-Bone Blues vind je ook het lome Mean Old World, waarin Walkers zalvende gitaar en dito stem gepaard gaan met jazzy pianospel. Op de achterzijde van de lp beweert de man dat de blues al in hem zat voordat hij geboren werd. En je gaat het nog geloven ook, wanneer hij zich volledig blootgeeft in regels als: ‘I drink to keep from worryin’/And you know I smile to keep from cryin’/That’s to keep the public from knowin’/Just what I have on my mind’. [DvdG]
Howlin’ Wolf – Moanin’ In The Moonlight (1959)
Beïnvloed door grootheden als Charley Patton (die hij als jongeling al ontmoette), Sonny Boy Williamson, Blind Lemon Jefferson en uiteraard Robert Johnson maakte de als Chester Arthur Burnett geboren Howlin’ Wolf in de jaren veertig al furore op het podium. In 1951 dook hij voor het eerst de studio van Sam Phillips in en wat volgde, was een serie singles die de blueswereld op z’n grondvesten deed schudden – vooral dankzij de agressieve sound en die machtige zang. Net als wel meer albums in deze lijst is de ‘debuutplaat’ van Howlin’ Wolf geen regulier studioalbum maar een compilatie; in dit geval een verzameling singles die de Amerikaan tussen 1951 en 1959 had opgenomen. Een tijdloos meesterwerk en bovendien een blauwdruk voor onder meer Britse bluesy rockers als John Mayall & The Bluesbreakers, Cream en natuurlijk The Rolling Stones. [MC]
Muddy Waters – Folk Singer (1964)
Als grondlegger van de moderne Chicago-blues leek een volledig akoestisch album met een misleidende folktitel een behoorlijke bokkensprong van Muddy Waters. Curieus misschien, maar wel gigantisch succesvol. Met Buddy Guy op gitaar en Willie Dixon als bassist was dit zelfs een van de eerste allstarbands. Het is natuurlijk bekend dat Waters een gigantische invloed had op Eric Clapton, George Harrison en The Rolling Stones. Niet alleen leenden de Stones hun naam van een Waters-song; op hun titelloze debuut uit 1964 coverden zij I Just Want To Make Love To You, dat werd geschreven door Willie Dixon en voor het eerst opgenomen door Waters. Maar wat eerst een vreemde akoestische keuze leek, werd in één klap dé graadmeter voor navolgers die platen uitbrachten in de akoestische blues, het genre dat Waters nieuw leven had ingeblazen. [JE]
John Lee Hooker – It Serve You Right To Suffer (1966)
Volgens mijn zeer gewaardeerde collega Dominique van der Geld is dit de beste albumtitel aller tijden. Verder is hij lang niet zo sadistisch als je nu misschien denkt. Hetzelfde geldt voor Boogie Man John Lee Hooker. Want hoewel de titel anders doet vermoeden, luistert It Serve You Right To Suffer weg als een enorm relaxte en intieme plaat. Ondanks de donkere verhalen die hij spreekzingt. Bluesman Hooker zoekt de jazz op, op de enige plaat die hij ooit bij het jazzlabel Impulse! zou uitbrengen. Maar de acht songs zijn onmiskenbaar van Hookers hand: van het boogienummer Shake It Baby tot Delta-dansmuziek (Bottle Up & Go) en hoorbare Hooker-hooks (You’re Wrong). John Lee had een gigantische invloed op bands van de Britse invasie begin jaren zestig, zoals de Stones. En met dank aan de mannen van The Black Keys krijgt Hooker ook tegenwoordig weer wat meer aandacht. [JE]
Junior Wells’ Chicago Blues Band – Hoodoo Man Blues (1965)
Een mooie anekdote uit de mond van Junior Wells zelf: toen Muddy Waters hem ooit vroeg zijn blaaskunsten te demonstreren, sneerde diens collega Little Walter naar Wells: ‘That little shrimp!’ Later kwam het gelukkig alsnog goed tussen de twee, wellicht omdat Walter ook wel inzag dat die ‘kleine garnaal’ bepaald geen beunhaas was op de mondharmonica. Over leuke bijnamen gesproken: op Wells’ opzienbarende debuutalbum Hoodoo Man Blues speelt een zekere ‘Friendly Chap’ gitaar en wie zijn verdere discografie een beetje verkent, komt al snel tot de conclusie dat deze mysterieuze muzikant niemand anders dan Buddy Guy kan zijn. De twee bluesmannen werkten namelijk vaker samen, onder meer op de al even consistente duoplaat Play The Blues (1972), maar Hoodoo Man Blues blijft Wells’ meest geprezen werk. Zoals een van de songtitels al doet vermoeden: een ideaal album om ‘in the wee wee hours’ op de draaitafel te leggen. [DvdG]
B.B. King – Live At The Regal (1965)
“Ladies and gentlemen, how about a nice warm round of applause to welcome the world’s greatest blues singer, the king of the blues: B.B. King!” Zo begint Live At The Regal, ofwel de muzikale handleiding ‘Hoe zet je een waanzinnig bluesconcert neer?’. Wat was die man in topvorm op 21 november 1964! John Mayer beweert zelfs dat hij dit album luistert vlak voor hij zelf het podium opklimt. Om vervolgens te klinken als een ongeïnspireerde kleffe knuffelrocker die poesiealbumversjes zingt, maar dat terzijde. Ook bluesrockgitarist Joe Bonamassa zet B.B. op een voetstuk: Live At The Regal is de eerste plaat die kleine Joe kocht, op aanraden van zijn papa, en de reden dat hij blues wilde spelen, waarna hij als 12-jarige in 1989 meerdere shows van zijn grote voorbeeld mocht openen. Wat een baas, nee, Koning. [JE]
Son House – The Legendary Son House: Father Of Folk Blues (1965)
Al op jonge leeftijd kwam Eddie James ‘Son’ House Jr. (1902-1988) in aanraking met de door de kerk verachte bluesbeweging. Hij speelde met o.a. Charley Patton en Willie Brown en met die eerste nam hij in 1930 zijn eerste muziek op. Mede door de toen heersende Great Depression werd dat niet het grote succes waar House op hoopte. In de jaren die volgden, bleef zijn succes verrassend lokaal – hoewel hij wel van grote invloed was op o.a. Robert Johnson en Muddy Waters. In 1942 zette hij gedesillusioneerd een punt achter zijn muzikale carrière – om vervolgens in 1964 ‘herontdekt’ te worden dankzij de toen heersende folkblues-rage. In 1965 verscheen dit op alle vlakken perfecte album: kale, pure Deltablues die de luisteraar tot op het bot raakt. Eindelijk kreeg deze ‘father of folk blues’ de erkenning die hij verdiende – erkenning die tot op de dag van vandaag voortduurt, met Jack White (The White Stripes) als een van zijn vurigste pleitbezorgers. [MC]
Albert King – Born Under A Bad Sign (1967)
Een kalender die waarschuwt dat het ‘Friday 13’ is, een zwarte kat, een schoppenaas en twee dobbelstenen die samen ‘snake eyes’ maken: alles op de cover van Born Under A Bad Sign, inclusief die titel natuurlijk, wijst op pech. De timing van de albumrelease kon echter haast niet gelukkiger. In Engeland had de ‘British blues boom’ het genre net naar de mainstream gebracht en Albert Kings meesterwerk bleef ook daar niet onopgemerkt. Cream zette een jaar later een versie van de titelsong op plaat, terwijl Free niet lang daarna een cover van The Hunter uitbracht. King en zijn trouwe gitaar Lucy profiteerden van de aandacht: ze stonden plotseling in dezelfde grote zalen als de hippe bluesrockbands die ze beïnvloedden. Mede dankzij de als altijd sublieme begeleiding van Booker T. & The M.G.’s is het album – voor het genre – opvallend gevarieerd en vrij van opvulmateriaal. Ja, als er al zoiets bestaat als een perfecte bluesplaat, komen er weinig zo in aanmerking als deze. [DvdG]
Buddy Guy – I Was Walking Through The Woods (1970)
De laatste nog levende Chicago-bluesgigant – deze zomer werd hij 85 jaar! – maakte zijn beste albums vanaf zijn eerste echt grote commerciële succes Damn Right, I’ve Got The Blues (1991). De invloed die Buddy Guy op andere gitaristen had, van Eric Clapton tot Stevie Ray Vaughan, gaat echter veel verder terug. De verzamelaar I Was Walking Through The Woods vat zijn output bij het Chess-label in de vroege sixties mooi samen. Dit zijn de songs die de genoemde collega’s ongetwijfeld hebben stukgedraaid voordat zij hun eigen enthousiasme voor de blues naar het grote(re) publiek doorspeelden. De albumtitel verwijst naar een regel uit het nummer First Time I Met The Blues, een van Guy’s klassiekers. Nog mooier: de zeven minuten aan hartstochtelijke klaagzang en priemende gitaarsolo’s in Stone Crazy, een schoolvoorbeeld van het type bluesballad waar later in de jaren zestig goede sier mee werd gemaakt op Bluesbreakers- en Blizzards-platen. [DvdG]
Dit artikel is afkomstig uit Lust For Life 114 (2021)
Tekst: Martin Cuppens, Jolien Eijsink en Dominique van der Geld


