Voor de duidelijkheid: dichter bij David Bowie dan Tony Visconti kun je niet komen. Hij produceerde niet alleen twaalf Bowie-studioalbums, maar speelde op de meeste daarvan ook zelf mee – al staat dat niet altijd bij de officiële credits vermeld. En dat naast de vele tientallen – misschien wel honderden – andere artiesten waarvoor hij platen produceerde, Marc Bolan en diens T. Rex voorop. Visconti staat wat mij betreft zelfs dichter bij Bowie dan drummer Woody Woodmansey, die van 1970 tot en met 1973 bij de rocker speelde – kortweg de Spiders From Mars-periode – en ook deel uit maakt van de Holy Holy-groep. Maar Visconti werkte vanaf 1969 met tussenpozen tot Bowies zwanenzang Blackstar aan diens zijde.
Brooklyn Boy
En alsof dat niet genoeg is, heeft Bowie Visconti letterlijk tot ‘held’ gemaakt in het nummer Heroes. De zanger keek uit het raam van de Berlijnse Hansa-studio, die praktisch tegen de Muur gebouwd was, peinzend over een tekst, toen hij beneden Visconti innig verstrengeld met zangeres Antonia Maaβ zag staan en de woorden vloeiden uit zijn pen: ‘I can remember, standing, by the wall/And the guns shot above our heads/And we kissed, as though nothing could fall/And the shame was on the other side/Oh we can beat them, for ever and ever/Then we could be Heroes, just for one day’. Een waargebeurd verhaal, dat ook terug te lezen is in Visconti’s zeer informatieve en onderhoudende autobiografie Bowie, Bolan And The Brooklyn Boy.
Waarom Visconti op zijn oude dag – hij is inmiddels 82! – met een Bowie-tributeband op tour gaat blijft onduidelijk. Waarschijnlijk beschouwt hij het als een eerbetoon aan zowel de rocklegende als aan zijn eigen werk. En natuurlijk is ieder goed lied het waard om keer op keer opnieuw gespeeld te worden. Maar dan toch graag wel in een nieuwe interpretatie die ook iets zegt over de uitvoerder. Wie een lied serieus neemt, maakt het zich eigen. Toen Jimi Hendrix Dylans All Along The Watchtower speelde, hoorde je Hendrix. Toen Nick Cave Neil Youngs Helpless coverde, hoorde je Cave. En toen Sven Ratzke tien jaar geleden in zijn theaterprogramma Bowies Starman bracht, was dat in de verste verte geen karaoke.
Glamperiode
Voor Holy Holy: A Celebration Of Bowie hebben Visconti en Woodmansey een erg goede zanger weten aan te trekken om Bowies partijen te vertolken: Glenn Gregory, frontman van Heaven 17, de Britse elektropopband die in de vroege jaren tachtig succes had met het nog altijd actuele (We Don’t Need This) Fascist Groove Thang. Ook in de groep zit zangeres, gitariste en saxofoniste Jessica Lee Morgan, de dochter van Tony Visconti en zijn voormalige echtgenote Mary Hopkin. Verder bestaat de groep uit degelijke, maar verder anonieme instrumentalisten. Of je moet opgewonden raken van de wetenschap dat gitarist James Stevenson ooit deel uitmaakte van de punkgroep Chelsea en later van de newwaveband Gene Loves Jezebel.
Het repertoire bij het enige Nederlandse concert in Haarlem is op twee van de twintig gespeelde nummers na afkomstig uit de periode 1969–1974, pakweg de periode dat Woody Woodmansey bij Bowie drumde. Grofweg de glamperiode dus. Na opener Five Years volgt het wat obscuurdere The Width Of A Circle van The Man Who Sold The World, waarover Visconti in zijn ‘autobio’ vertelt hoe door wat stoeien en jammen in de studio na de ingetogen break halverwege het nummer een zware, bijna lompe boogie werd ingezet. Die haalde niet alleen het album, maar wordt ook tijdens de Holy Holy-tribute nog exact zo gespeeld.
Vaudeville
Zo gaat het verder, met naar de finale toe steeds meer publieksfavorieten. Inclusief Space Oddity, dat Bowie in 1969 op nadrukkelijk verzoek van het platenlabel opnam voor zijn titelloze album, maar dat Visconti zo onder de maat vond dat hij de productie van het liedje overliet aan collega Gus Dudgeon, terwijl hij zich zelf over de rest van de plaat ontfermde en bijna een halve eeuw met David zou blijven werken. Het enige latere Bowienummer dat gespeeld wordt, is het weemoedige Where Are We Now? van The Next Day uit 2013.
Holy Holy: A Celebration Of Bowie biedt bijna twee uur lang fantastisch repertoire, dat staat buiten kijf. Het wordt muzikaal-technisch perfect uitgevoerd. Mooi geluid. Verzorgd. En Glenn Gregory laat als Bowie-stem geen steek vallen. Maar tegelijk klinkt het meer als een musical dan als een rockconcert. Natuurlijk heeft Bowies repertoire uit de vroege jaren zeventig vaak iets vaudeville-achtigs, maar door het charisma van de zanger steeg het daar ook onmiddellijk ver bovenuit. Bij Holy Holy blijft het naspelen, zonder dat het gemis van Bowies persoonlijkheid gecompenseerd wordt door een eigenzinnig arrangement of bewerking. Al ben ik ervan overtuigd dat het merendeel van het publiek ook niet op dat laatste zit te wachten.
Wat ik persoonlijk wel mis, is het repertoire uit de Berlijnse periode – op een stukje Warszawa na, dat als intro-tape wordt gespeeld als de musici het podium op komen. Het betekent ook dat Tony Visconti in Haarlem niet als ‘Hero’ bezongen wordt.
Holy Holy: A Celebration Of Bowie in PHIL, Haarlem
Gezien op woensdag 23 september 2026
Tekst door Peter Bruyn


