Tijdens zijn ijzersterke optreden op Pinkpop kondigde Joe Bonamassa vorig jaar vijf shows in Carré aan. De eerste was gisteravond en het werd de show die in de lijn der verwachting lag. Wat bij een muzikant als Bonamassa natuurlijk niet zo'n groot probleem is.
Een kleine twee jaar geleden stond de Amerikaanse gitarist ook al eens in de klassieke hoofdstedelijke zaal, toen met Beth Hart. Tijdens die uiteindelijk op dvd uitgebrachte shows stond Bonamassa in de schaduw van de zangeres. Dat vond ik toen jammer, maar begrijpelijk. Dat was op Don't Explain en Seesaw, de twee gezamenlijke studioplaten van Hart en Bonamassa, immers ook het geval.
Gisteravond was er dan de gelegenheid om in dezelfde zaal de bluesrocker centraal te zien staan. Ondanks dat hij een zevenkoppige band bij zich heeft, is het opeisen van de spotlight inderdaad wat Bonamassa veel doet. De ene solo na de andere, het is een beproefd recept voor de man met het gladde kapsel en de zonnebril, zeker in Nederland. 'This is my home away from home', roept hij in een van de sporadische momenten waarop hij zijn blik niet op zijn collega's of het plafond richt, maar op de zaal. Een zaal die overigens niet helemaal gevuld is, in tegenstelling tot de shows van vrijdag en zaterdag. Voor donderdag en zondag is nog een beperkte hoeveelheid kaarten beschikbaar. Vandaag heeft hij een dagje vrij van Carré en is hij te zien bij De Wereld Draait Door.
Zoals gezegd zagen we Bonamassa vorig jaar nog in Landgraaf, maar dat was een heel andere show dan die van vanavond. Destijds speelde hij met alleen de basis van zijn band met percussionist Lenny Castro, bassist Carmine Rojas en drummer Tal Bergman. Die laatste twee zijn er nu ook bij, maar net als met Hart wordt het gezelschap aangevuld met drie blazers. De trombonist, trompettist en saxofonist lijken op schoolreisje. Niet dat hun leeftijd studentikoziteit verraadt, maar vaak staan de drie heren tussen de bedrijven door te giechelen. Zij hebben van alle podiumdieren de mooiste tijd, zo lijkt het. Ze staan in een mooi Amsterdams theater, worden zo nu en dan toegejuicht na een solootje (die van trompettist Lee Thornburg mogen er inderdaad wezen), genieten van de kunde van hun collega's en toeteren tussendoor een beetje.
Wat een heerlijk leven hebben die drie vogels achter hun 'speechdesks'. Op de desks staan overigens de lichtgevende initialen van de hoofdpersoon, waardoor je geneigd bent de mannen erachter The J.B.'s te noemen. Maar laten we de liveshow van Bonamassa, die vanavond opent met Oh Beautiful! van Different Shades Of Blue (2014), vooral niet vergelijken met die James Brown. Dat zou niet eerlijk zijn. Wel is het een show van kwaliteit en grote professionaliteit. Dat is wat Bonamassa al uitstraalt met zijn uitdossing. Zoals we gewend zijn steekt hij weer strak in het pak. Het is een blauwe met witte krijtstreep, al zien sommigen het misschien als goud met groen. (Discussies over de kleur van Bonamassa's jurk kunnen gevoerd worden in de reacties onder dit stuk.)
Wie ik nu nog niet genoemd heb maar zeker een vermelding verdient, is de nieuwe toetsenist. Hij kan niet alleen rekenen op bewonderende blikken van de blazers, maar ook op die van Bonamassa. Hij heeft dan ook niet zomaar iemand aan zijn liveband toegevoegd. Het gaat hier om Reese Wynans, die in het verleden speelde in onder meer Stevie Ray Vaughans Double Trouble en hardrockband Captain Beyond. Op Bonamassa's sterke nieuwe release, Muddy Wolf At Red Rocks (Blu-ray, 2dvd, 2cd), is ook al een mooie wisselwerking tussen Wynans en Bonamassa zicht- en hoorbaar. Het Hammond-spel van de ervaren rot met het witte ringbaardje kronkelt als een kabbelende rivier plezant door het ronkende bluesrockgeweld.
Op muzikantschap valt zoals altijd weinig aan te merken bij de show van Bonamassa, tot genot van velen. Zoals die ene vrouw op de derde rij die op een gegeven moment de controle over haar lichaam verliest en spontaan begint te stampen. Een lichte aardbeving in de stalles volgt. En ook ik sta even later met een tevreden gevoel op van mijn klapstoel om te applaudisseren als de reguliere set na het spelen van Sloe Gin en The Ballad Of John Henry erop zit.
Volledig voldaan ben ik na ruim twee uur (inclusief toegift) tegelijk niet. Weliswaar werd meer traditionele rhythm & blues en stevigere bluesrock afgewisseld, maar de uitvoering van de songs is vaak vergelijkbaar. Het zou best prettig zijn als zo af en toe een nummer gewoon drieënhalve minuut duurt en dat niet alle nummers door middel van solo's worden opgerekt tot een minuut of acht. Natuurlijk, dat is waar veel mensen voor komen bij een show van Bonamassa, maar soms schiet hij daar in door. Het geld waard wil ik dan ook niet zeggen, want 124 euro om eerste rang te zitten bij een eruptie aan vakmanschap is mijns inziens te veel. Maar veel verwijten valt Bonamassa en zijn plezier makende band niet te maken. Zij tonen op de eerste avond aan dat vijf keer Carré in een krappe week geen vergissing is. Met zijn uitstraling, songkeuze en professionaliteit past het allemaal perfect in de dure zaal aan de Amstel.
Joe Bonamassa in Carré
Gezien op dinsdag 10 maart 2015 in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam.
Foto: Sebastiaan Petiet


