King Crimson in het Concertgebouw

15 juli 2018 - Dominique van der Geld

"Laten we er een feestje van maken." Er zijn weinig bands waarbij die suggestie zo misplaatst is als bij King Crimson. Toch galmen precies deze woorden door het Amsterdamse Concertgebouw, gevolgd door dezelfde aankondiging in een Engelstalige versie op een nog duidelijker schertsende toon. Flauwe grapjes terzijde, de van tevoren opgenomen boodschap dient vooral om bezoekers te wijzen op het strenge 'no photos please'-beleid. En dus blijven vrijdagavond ook de mobiele telefoons netjes in de broekzak tot de finale en is de King Crimson-ervaring exclusief voor de ogen en oren van de gelukkige aanwezigen.

Voor de duidelijkheid: de persfoto hierboven werd dus niet genomen op deze memorabele vrijdag de dertiende. Wel geeft het kiekje een indruk van hoe het er tegenwoordig ongeveer uitziet op het podium bij King Crimson. Drie drummers op de voorgrond met daarachter saxofonist/fluitist Mel Collins, bassist Tony Levin, toetsenist Bill Rieflin, zanger/gitarist Jakko Jakszyk en bandleider Robert Fripp keurig op een rijtje. Zoals Jakszyk onlangs observeerde in Lust For Life: "Robert heeft het hele idee van een band omgegooid. Doorgaans staat de leadzanger op de voorgrond, maar nu is het een meer egalitaire opzet. Een soort orkest, met de zanger aan de achterzijde. Niemand is belangrijker dan de ander."

In Amsterdam oogt deze opmerkelijke opzet voor aanvang ietwat rommelig, zeker als het volle licht boven de chique zaal onthult dat een deel van het podium rondom het 'orkest' is afgedekt. Nadat de lampen zijn gedimd, de muzikanten netjes achter elkaar de trap aflopen en de immer streng kijkende Fripp zijn jasje naar de linkerkant van het podium smijt, blijkt de schijnbaar wat misplaatste maffe aankondiging aan het begin niet het laatste moment van luchtigheid. Zo weet fluitist Collins in het onheilspellende Larks' Tongues In Aspic Part One nog een fragment uit het Wilhelmus te verweven, waarmee de band lijkt te willen onderstrepen best een bijzondere relatie met ons land te hebben.

'Rock show at the Concertgebouw'
Het Concertgebouw kent natuurlijk een rijke geschiedenis wat popmuziek betreft. Paul McCartney zong ooit over 'a rock show at the Concertgebouw' en in de wachtrij buiten merkt iemand op dat Janis Joplin er nog gespeeld heeft, net als The Doors (zonder erbij te vermelden dat Jim Morrison tijdens die show in '68 nergens te bekennen was). Ook voor King Crimson zelf - of in ieder geval Robert Fripp - heeft de zaal wellicht enige nostalgische waarde: in november 1973 gaf de band er een fabuleus optreden, decennia later vereeuwigd op het live-album The Night Watch.

45 jaar na dat legendarische concert speelt King Crimson in een bijna compleet andere bezetting een bijna compleet andere setlist. Sinds Fripp in 2013 tot ieders verbazing een nieuwe incarnatie van zijn band aankondigde, kan hij bogen op een ontzagwekkend tijdloos oeuvre en van bijna alle belangrijke albums komt wel een stuk (of 'liedje', zoals de Nederlandse introductie het ietwat oneerbiedig omschreef) aan bod. Zo dompelt hij zijn toehoorders afwisselend onder in een nachtmerrieachtige sfeer tijdens het eerder genoemde Larks' Tongues In Aspic of het heavy One More Red Nightmare en in hemelse mellotronklanken tijdens de toegankelijkere passages van misschien wel het meest perfecte progalbum ooit gecreëerd: In The Court Of The Crimson King.

Springplank
King Crimson mag dan - beschamend genoeg - schitteren door afwezigheid in de Rock & Roll Hall Of Fame, maar de invloed van Fripp en zijn steeds wisselende medemuzikanten is natuurlijk gigantisch. Niet alleen vanwege de muziek zelf, die latere mega-acts als Rush en Tool inspireerde, maar ook omdat de band voor verschillende ex-leden een soort springplank was naar wereldsucces. Zo doken zingende bassisten Greg Lake, Boz Burrell en John Wetton later op in respectievelijk ELP, Bad Company en Asia, al lieten zij hun belangrijkste muzikale prestaties wellicht al horen bij King Crimson.

Aan Jakko Jakszyk vanavond de eer om de door hen zo karakteristiek gezongen partijen eigen te maken en dat doet hij prima, al verzuipt hij vocaal af en toe in het vele instrumentale geweld om hem heen. De 'frontman' (al is daar in deze opzet dus niet echt sprake van) zorgt er mede voor dat bloedmooie stukken als The Court Of The Crimson King en Epitaph doordringen tot in de ziel en dat ook selecties van relatief onderbelichte albums als Lizard (1970) en Islands (1971) waardige uitvoeringen krijgen. Enkel zijn poging om melodie aan te brengen in de oorspronkelijk door Adrian Belew gesproken delen van het heerlijk lawaaiige Indiscipline komt niet echt uit de verf, maar daar staat wel een adembenemend samenspel tussen de drie drummers tegenover. Tony Levin haalt er op zijn beurt regelmatig zijn vertrouwde 'Chapman stick' bij en bewijst zich vanavond nog maar eens een van de meest herkenbare en inventieve bassisten ter wereld.

'One more red nightmare'
En Robert Fripp zelf? Tegen het einde laat de naar verluidt dictatoriale bandleider zich ook van zijn sympathieke kant zien door iedereen een kort fotomoment te gunnen, terwijl hij zelf de camera van zijn mobiele telefoon op het publiek richt. De man doet verder geen enkele poging om meer aandacht naar zich toe te trekken dan de zeven andere muzikanten op het podium, maar zijn unieke gitaarsound vormt natuurlijk wel een onmisbaar onderdeel van het typische King Crimson-geluid. Zo ook tijdens de toegift. Klassieker 21st Century Schizoid Man blijft vanavond achterwege en in plaats daarvan kleurt de zaal toepasselijk rood voor Starless, de knap opgebouwde afsluiter van het album Red (1974). Om zo'n muzikaal kunstwerk in een zaal als deze tot leven te horen komen, is een ervaring om eeuwig te koesteren. Drie uur na de melige openingsaankondiging eindigt de avond dus met 'one more red nightmare', zoals Jakszyk eerder al zong. En wat een prachtige nachtmerrie was het.

King Crimson in het Concertgebouw, Amsterdam
Gezien op vrijdag 13 juli 2018
Foto King Crimson in 2017: David Singleton

Fotogallerij

Altijd op de hoogte blijven?