Linkin Park heeft wel vaker flinke kritiek gekregen – zowel van ‘trouwe fans’ als van vervelende muziekjournalisten – maar zo heavy als met de release van het nieuwste album One More Light kregen de mannen het tot nu toe niet te verduren. Van nu-metal via een rockopera over het einde van de wereld naar hippe popmuziek waar Justin Bieber z’n neus niet voor zou ophalen: het is nogal een gewaagde carrièreplanning, maar de (net als drie jaar geleden) propvolle Ziggo Dome geeft er geen ene moer om en gaat finaal uit z’n plaat.
De avond begint al lekker modern. Voorafgaand aan het concert wordt een filmpje vertoond waarin de band het publiek oproept om tijdens het eerste nummer massaal de telefoon ter hand te nemen om de zaak te filmen, die filmpjes op te sturen en dan wordt er van die beelden een videoclip gemaakt voor de nieuwe single Talking To Myself. Altijd leuk, publieksparticipatie. Bijkomend voordeel in dit geval: het zorgt er in elk geval voor dat het iets minder opvalt dat het nummer wel erg in de categorie flinterdunne huppelpop valt.
Want ik zal het maar vast toegeven, ik behoor ook tot die door frontman Chester Bennington zo gehate azijnzeikers die de nieuwe plaat volledig ruk vinden. Maar dat komt niet omdat ik een verstokte fan van het eerste uur ben die ervan baalt dat zijn bandje niet gewoon elke keer een nieuwe versie van zijn debuut maakt – integendeel zelfs. Als ik iets waardeer aan Linkin Park, is het die bijna dwangmatige neiging om elk album iets compleet anders te doen. Alleen gaan ze wat mij betreft met One More Light plat op hun bek. Geen ramp, kan een keer gebeuren en liever zoiets dan alleen maar saaie herhalingsoefeningen uitpoepen, toch? (Lees je mee, Korn?)
Moshpit
Zo, nu dat allemaal uit de weg is: over naar de show. En dat is heel simpel: die zit heel goed in elkaar. Logischerwijs wil de band het nieuwe album promoten en spelen ze liefst zeven nummers van dat kreng (oké, ik hou al op!), maar ze zijn wel zo slim om die subtiel over de hele set van 25 songs uit te smeren. Verder is de setlist een prima dwarsdoorsnede van het inmiddels zeven studioplaten tellende oeuvre, waarbij alleen het vorige album The Hunting Party (2014) er met slechts één song wat bekaaid vanaf komt. Na de al eerder genoemde slappe start volgen met Burn It Down en The Catalyst (van A Thousand Suns uit 2010, stiekem gewoon de beste Linkin Park-plaat) meteen een paar uitstekende nummers, maar het publiek gaat pas voor het eerst goed los tijdens doorbraakhit One Step Closer van succesplaat Hybrid Theory (2000). Sterker nog, er ontstaat zowaar iets dat enigszins lijkt op een moshpit voor m’n neus en de twee fanatieke meisjes achter me schreeuwen mijn trommelvliezen zowat doormidden met hun schelle stemmetjes.
Krakerdichtheid
Het is de opmaat voor een twee uur durende show waarin oud en (al dan niet relatief) nieuw bijzonder slim worden afgewisseld. Telkens wanneer het enigszins lijkt in te kakken, zoals tijdens het recente Battle Symphony, volgt er weer een kraker als New Devide om leven in de zaak te schoppen. En vooral het tweede deel van het optreden is die krakerdichtheid een stuk groter – als je From The Inside, What I’ve Done, ultieme nu metal-hit In The End en Faint achter elkaar speelt, dan krijg je de tent wel mee, ja. De eerlijkheid gebiedt me overigens te zeggen dat niet alle songs van One More Light live voor een gaapmoment zorgen. Zo blijkt het titelnummer eigenlijk een verrassend mooie pianoballad, die passend opgevolgd wordt met een eveneens door piano gedomineerde versie van het normaliter flink harde Crawling. Een leuke verrassing, die alternatieve uitvoering van een behoorlijk doodgedraaide hit, die bewijst dat de stem van Chester Bennington ook zonder muzikaal geweld met gemak overeind blijft.
Phil Collins
Over die stem gesproken... Vaak merk je dat de stembanden van zangers die flink uithalen er naar verloop van tijd redelijk genoeg van krijgen, maar Bennington zingt, schreeuwt, fluistert en brult misschien wel beter dan ooit – helder, toonvast en verstaanbaar. Opvallend trouwens hoeveel de inmiddels 41-jarige frontman anno 2017 lijkt op een afgetrainde, flink getatoeëerde versie van Phil Collins, maar dat terzijde. Wat ook een enorme pré is: het enorme enthousiasme van de band en het veelvuldig contact zoeken met het publiek. Vooral rapper/multi-instrumentalist/zanger Mike Shinoda komt bijzonder sympathiek over met z’n continue grote grijns, maar ook zijn bandmaatjes hebben het duidelijk naar hun zin.
Iets minder geslaagd is de aankleding van de show, want uuh… die is er eigenlijk niet. Een paar lampjes, 43 ballonnetjes die tijdens het afsluitende Bleed It Out naar beneden komen dwarrelen en dat was het eigenlijk wel. Een beetje karig voor een stadionshow, maar goed – niet iedere band is U2 of Muse, zullen we maar zeggen. En uiterlijk vertoon, daar gaat het uiteindelijk ook helemaal niet om. Zoals ik 2,5 jaar geleden al schreef in m’n verslag van de vorige show in Amsterdam: Linkin Park is de laatste overlevende van de nu metal-Mohikanen en dat heeft de band voor elkaar gekregen door zijn grenzen te blijven verleggen en sterke, geïnspireerde liveshows te geven waarbij zowel oude als nieuwe fans met een grijns op hun koppen de concertzaal verlaten. En daarom staan deze mannen zeventien jaar na het debuutalbum nog in een propvolle Ziggo Dome, terwijl generatiegenoten huilend in een afkickkliniek zitten of hun muzikale kunstjes mogen vertonen in een sneue dorpskroeg.
Linkin Park in de Ziggo Dome, Amsterdam
Gezien op dinsdag 20 juni 2017
Foto's: Robin Looy


