Met Lost Weekend overtreft Phoebe Bridgers zichzelf, de concurrentie en alle verwachtingen
Zes jaar na haar bejubelde tweede soloplaat Punisher, drie jaar na het met drie Grammy’s bekroonde album The Record met supergroup boygenius en twee jaar na haar tijdelijke vlucht uit de muziekbusiness is Phoebe Bridgers terug – en hoe! De inmiddels 32-jarige koningin van de activistische sippe indiefolkpop gaat met Lost Weekend verder op de weg die ze met Punisher was ingeslagen, maar die weg leidt wel naar een heel wat spannender resultaat. Niet dat de vorige plaat saai was – bepaald niet zelfs, ik sta nog steeds volledig achter de vijf sterren die ik ‘m destijds gaf – maar de critici die beweerden dat er op de cynisch-jubelende single Kyoto en de ontsporende afsluiter I Know The End na wel wat peper in de muzikale reet miste, hadden het niet per se verkeerd.
Lost Weekend is echter op alle fronten afwisselender en verrassender – en zet de luisteraar bovendien keer op keer op het verkeerde been. Rode draad is en blijft die herkenbare stem van Bridgers: afwisselend helder, lief, scherp, intiem en emotioneel. Muzikaal schiet de Amerikaanse echter meer dan voorheen allerlei kanten op: van indiefolk met hier en daar een dot country via door vocoder-vocalen gedreven gekkigheid tot grootse indierock met een climax die je veertien kilometer verderop nog kunt horen – en alles daartussenin. Het huppelende Haunted is een voorbeeld uit die eerste categorie. Hemelse samenzang, een jubelende mandoline en een stompende bas, terwijl Phoebe voor de gelegenheid haar country-snik maar weer eens heeft opgepoetst.
Moeras van vocoders
Lost Weekend opent overigens behoorlijk bevreemdend met het in categorie twee vallende The Outside: vervormde zang waar Bon Iver zich niet voor zou schamen en zeer spaarzame instrumentatie, gevolgd door een prachtige pianomelodie en Bridgers’ meest lieflijke vocalen, om vervolgens weer in een moeras van vocoders weg te zakken. Enzovoorts. Klinkt vermoeiend, maar om een of andere reden werkt het toch – al is het maar als zeer veredeld intro van de eerste single van de plaat. Lost Boys zou je kunnen zien als Kyoto 2.0. Evenals de eerste single van Punisher betreft het hier een bedrieglijk toegankelijke (wat een refrein!) popsong-met-een-scherpe-rand en een al even scherpe tekst. In een betere wereld zou dit een mondiale nummer 1-hit zijn, maar ach.
Nog imposanter is het titelnummer. De eerste helft is ingetogen indiefolk, deel twee ontpopt zich langzaam maar zeker als Sigur Rós on speed. Groots, waanzinnig, emotioneel en meeslepend: als dit geen livefavoriet wordt, dan eet ik m’n laptop op. En zo kan ik zowat elk nummer van de plaat wel uitlichten, maar laat ik het houden bij een laatste hoogtepunt: As Above, dat in eerste instantie lijkt te barsten van de ingehouden emotie, waarna de onvermijdelijke explosie uiteindelijk toch volgt – en die is zowaar nog intenser en meeslepender dan die van I Know The End van zes jaar eerder. Phoebe Bridgers overtreft met Lost Weekend zichzelf, de concurrentie en alle verwachtingen.
Lees hier meer recensies van Lust For Life Magazine! Meer lezen over Phoebe Bridgers? Bekijk hier Lust For Life 103, inclusief een interview met de singer-songwriter!


