Sparks in TivoliVredenburg (live-recensie)

15 juni 2023 - Peter Douma

Als je met voorpret naar een concert gaat, vervolgens tijdens de show alleen maar blije gezichten om je heen ziet en daarna neuriënd van de napret naar huis rijdt, dan was het een goede avond. De gebroeders Mael zijn dik in de zeventig, maar niets wees erop dat dit een afscheid zou zijn. Sparks bezorgde ons in het Utrechtse TivoliVredenburg eigenlijk geen verrassingen, maar wel een enerverend en enthousiast optreden.

Ze zeggen dat je geen bands moet recenseren waarvan je fan bent. Maar wat als je in de loop der jaren door vele optredens en recensies stapje voor stapje fan van het duo bent geworden? Kippenvel als de mannen het podium betreden, dat overkwam vast vele aanwezigen. Sparks heeft in de loop der jaren (vanaf begin jaren zeventig, een van de eerste buitenlandse optredens schijnt in Hilversum te zijn geweest) een vaste fanatieke groep volgelingen verzameld. En dat zijn niet de eersten de besten, vandaar ook de bijnaam ‘your favorite band’s favorite band’.

Het lijkt een patroon: eens in de paar jaar een album dat enthousiast wordt ontvangen, vooral in de pers, gevolgd door een tournee met knallende optredens. Tussendoor maken de broers bijvoorbeeld een musical. Onlangs verscheen The Girl Is Crying In Her Latte en daar staan we weer, deze keer in Utrecht dus. En het verhaal gaat dat er weer plannen zijn voor een nieuwe musical.

Heen en weer in de tijd

Met welk nummer kun je beter aftrappen dan met So May We Start, uit de recente musicalfilm Annette? Russell huppelt meteen karakteristiek heen en weer, Ron zit, even karakteristiek, stoïcijns achter zijn keyboards. Het publiek hoeft niet te worden opgewarmd en dat heeft niet met het weer te maken. Ieder nummer wordt luid meegezongen, zo ook The Girl Is Crying In Her Latte, pas onlangs verschenen op single en nu reeds alom bekend bij de liefhebbers. Bij Angst In My Pants is Russells stem ook opgewarmd. De song is veertig jaar oud, maar sluit naadloos aan. Nog ouder (1972) is Beaver O’Lindy, een vrolijke wals, gevolgd door When I’m With You uit 1980. De hele avond springen we heen en weer in de tijd, veel recent werk afgewisseld met oudjes. Het publiek vindt het allemaal mooi.

Hilarische teksten, stevige beat en bevreemdende synthesizergeluiden: Nothing Is As Good As They Say It Is, waarin een 22 uur oude baby zich beklaagt, is tegelijk nieuw als typisch Sparks. De jonge band doet uitstekend werk, waarbij opvalt dat de bas zo luid gemixt is dat men het in Overvecht zal kunnen horen. Het hindert niemand. Jongere broer Russell is ook geen zeventig meer en raakt nu toch even buiten adem. Gelukkig zakt het tempo en een paar nummers later beweegt en zingt Ron. Niet ongebruikelijk, altijd verrassend. Zijn gortdroge parlando in Shopping Mall Of Love wordt omfloerst door Russells ijle zang. “Mijn grote broer”, kondigt die even later trots af, de enige keer dat er interactie lijkt te zijn tussen de mannen.

Berendans

In Escalator is er sprake van liefde voor een vrouw op een tegemoet komende roltrap, een variant op thematiek die de negentiende-eeuwse dichter Piet Paaltjens al beschreef in zijn gedicht Aan Rika. We Go Dancing is extra leuk omdat het eigenlijk ondansbaar is, in tegenstelling tot Music That You Can Dance To. Zeer aanstekelijk. Als het publiek al enthousiaster kon worden, dan gebeurt dat vanaf When Do I Get To Sing “My Way”. Wel This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us, geen Beat The Clock of Amateur Hour vanavond. En ook een berendans van Ron, zoals altijd.

Bij het applaus is te zien dat de mannen behoorlijk vermoeid zijn nu. Dat mag ook wel. De toegift komt uit hun tenen, met All That toepasselijk aan het einde. Russell vertelt dat hij graag terug zal komen naar Nederland. De olifant in de kamer is natuurlijk dat iedereen hoopt dat de zeventigers nog lang vitaal blijven. Musical, nieuwe plaat, nieuw optreden. Wij zijn er klaar voor.

Sparks in TivoliVredenburg, Utrecht
Gezien op woensdag 14 juni 2023
Foto's door Myrthe Philips

Fotogallerij

Altijd op de hoogte blijven?