Dance en rock: marriage made in heaven?

ZZ Top

Met enige verbazing vernam ik onlangs het nieuws dat ZZ Top-gitaarheld Billy Gibbons gaat samenwerken met dance-dj David Guetta, maker van platte hitjes als Love Is Gone en Sexy Bitch. De twee spraken elkaar naar het schijnt op Ibiza om eens te babbelen over muziek. Guetta zou, volgens een interview met Gibbons op de site Billboard.com, hebben gezegd: “Het enige dat nog ontbreekt in de dancemuziek is een goede gitarist”. Nu kan ik in het geval van Guetta nog wel meer dingen verzinnen die ontbreken (zoals: goede liedjes met enige diepgang en sterke teksten), maar vooruit. Gibbons, sowieso niet vies van een muzikaal uitstapje, zag een collaboratie wel zitten en vermoedelijk kunnen we over niet al te lange tijd al dan niet genieten van zompig rockende dancepop. Ofzo.

Spawn
Het is uiteraard bepaald niet voor het eerst dat een muzikant uit de rock, metal of alternatieve rock een samenwerking aangaat met een dj, EDM-artiest of danceact. Zo kan ik me de soundtrack van de film Spawn uit 1997 nog goed herinneren, waarop metal- en industrialbands nummers opnamen met diverse artiesten uit de meer elektronische hoek. Dat leverde curieuze, maar soms best interessante resultaten op. Zo wist het inmiddels vergeten triphopcollectief Sneaker Pimps de muziek van Marilyn Manson zowaar nog enger te maken in Long Hard Road Out Of Hell, maakten Metallica-gitarist Kirk Hammett en danceduo Orbital met het nummer Satan een onbedaarlijke bak herrie en bewezen rockband Filter en bigbeat-duo The Crystal Method (o.a. bekend van de tune van TV-serie Bones) dankzij de hit(!) (Can’t You) Trip Like I Do dat die genres prima bij elkaar kunnen passen – als je het maar goed doet.

En daar zit ‘m het gevaar. Want lang niet altijd levert een dergelijke samenwerking een goed klinkend, afgerond geheel op. Meest recente voorbeeld van hoe het – naar mijn mening – fout kan gaan, is A Sky Full Of Stars van Coldplay, waarop de band samenwerkte met de tegenwoordig alom aanwezige Avicii. Het nummer begint als een typische Coldplay-track: pianootje, Chris Martin die eroverheen piept – mooi, niks aan de hand zou je zeggen. Totdat, bijna vanuit het niets, de schijnbaar enige synthriedel die Avicii kent erdoorheen komt denderen. Lomp, verstoken van enige subtiliteit en zo plat als Flevoland. En bovendien: het voegt werkelijk niets toe.

Coldplay

Clichématig
Hetzelfde geldt voor Kaleidoscope (2009), een nummer van ‘Neerlands trots’ Tiësto waaraan een persoonlijke held van mij zijn medewerking verleent: Jónsi van de IJslandse postrockband Sigur Rós. De eerste vijf minuten lijkt het nog om een soort b-side van Sigur Rós te gaan, maar dat beseft Tiësto blijkbaar ook, waarna hij er een extreem clichématige trancebeat doorheen flikkert. Daar word ik dus sip van. Niet alleen omdat een van m’n favoriete muzikanten zich prostitueert (nou ja, een beetje dan), maar vooral omdat het een gemiste kans is. Bands als The Prodigy en Pendulum hebben in het verleden al vaak genoeg bewezen dat een samensmelting van dance en rock best kan, maar dan moet het dus wel echt een samensmelting zijn, en niet een vervreemdend knip-en-plakwerkstuk zoals Tiësto of Avicii afleverden.

Dus ik ben heel, heel benieuwd of de heren Guetta en Gibbons zich er makkelijk vanaf gaan maken of dat ze met iets speciaals op de proppen gaan komen. Ik vrees uiteraard het ergste, maar wie weet worden we positief verrast…

Foto: Willem Schalekamp
ZZ Top in Heineken Music Hall, 24 juni 2014

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.