De verlosser

Kurt-Cobain_blog

Ieder mens heeft een donkere zijde. Een duister geheim dat hij of zij het liefst voor de buitenwereld verborgen houdt en waar zodoende ten alle tijden over gezwegen wordt. Een verborgen feit dat we het liefst mee het graf in zouden nemen.

Ook ikzelf ben hier niet van gevrijwaard en heb in het verleden onvergeeflijke dingen gedaan die me nog altijd het angstzweet bezorgen. Nou mijn gewaardeerde collega Martin Cuppens er in zijn voorgaande blog echter zo moedig voor uitkwam in zijn jonge jaren (al dan niet gedwongen) een voorliefde voor Benny Neyman gekoesterd te hebben, voel ik mij gesterkt om eveneens een gitzwarte en lang verloren gewaande bladzijde uit mijn persoonlijke geschiedenis met u te delen. Mijn vergrijp? Ik heb – en het doet me pijn dit te zeggen – ooit een housebroek gehad. U weet wel, zo’n te wijde joggingbroek in een afzichtelijk kleurenmotief waar zelfs Jackson Pollock nog z’n vraagtekens bij zou zetten en die ergens begin jaren negentig in zwang kwam als gevolg van de destijds immens populaire Eurodance, met in de voorhoede groepjes als 2 Unlimited, 2 Brothers On The 4th Floor en Twenty 4 Seven. Jawel, neemt u gerust even een momentje om te lachen.

Peer pressure
Het bezit van een housebroek is natuurlijk een uiterst kwalijke zaak, dat ben ik met u eens. Mijn enige verweer hiertegen is dat ik ten tijde van dit misdrijf tegen de goede zeden slechts een jaar of tien, elf oud moet zijn geweest. Mijn muzieksmaak was dus nog volop in ontwikkeling. Zo was ik een aantal jaren eerder nog overtuigd Michael Jackson-fan, draaide het van mijn ouders gegapte cassettebandje van de Stones overuren in mijn walkman en kon ik ook wel wat met de Queen-klanken die mijn oudere broer doorgaans uit de boxen van zijn cd-spelertje liet tetteren. Toch liet ik mij, zij het een zeer korte tijd, verleiden door hitgevoelige wegwerpmuziek en een daaraan gelieerde wanstaltige modetrend. Waarom? Ik heb werkelijk geen idee, maar bij gebrek aan een beter excuus houd ik het voor nu maar even op peer pressure.

Jeans met gaten
Zoals mijn eerder aangehaalde collega al terecht aankaartte wordt het leeuwendeel van iemand’s latere muzikale voorkeuren tijdens diens jeugd bepaald. Toch gruwel ik heden ten dage van alles wat maar riekt naar inhoudsloze en elektronische rommel zonder enige artistieke waarde. Wie heeft mij uiteindelijk dan toch op het pad der verlichting gebracht? Die vraag stel ik mijzelf al jaren, en elke keer kom ik tot dezelfde conclusie: Kurt Cobain. Had hij bijna twee decennia geleden niet de loop van zijn jachtgeweer tegen zijn gehemelte gezet, dan had ik er nu wellicht heel anders bij gezeten. Zodra echter het nieuws naar buiten kwam dat de Nirvana-frontman op vrijwillige basis het tijdelijke voor het eeuwige had verruild, was Smells Like Teen Spirit lange tijd niet van de radio te slaan. Ten tijde van het oorspronkelijke verschijnen van de plaat mocht de band dan volledig aan mijn jonge brein voorbij gegaan zijn, maar bij deze tweede ronde werd ook ik definitief bevangen door het Nirvana-virus. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen. Vrijwel direct schafte ik de albums aan, verruilde de housebroek voor zwarte bandshirts met lange mouwen en jeans met gaten er in, nam gitaarlessen en ontwikkelde al rap een antipathie tegen gitaarloze muziek zonder enige boodschap of emotie.

Dankbaar
Zonder al te overdramatisch te willen klinken heeft die zelfmoord van Cobain de loop van mijn verdere leven toch voor een groot deel bepaald. Als hij destijds die trekker niet over had gehaald, had ik wellicht nooit een voorkeur voor rockmuziek ontwikkeld. Ik zou me er nooit verder in verdiept hebben, had mij op latere leeftijd nooit in een leren jasje met veiligheidsspelden gehuld, zou nooit talloze underground punkshows in vochtige kraakpanden bijgewoond hebben of zelfs mijn vriendin ontmoet hebben. Sterker nog, ik had waarschijnlijk nooit voor de muziekjournalistiek gekozen en had dientengevolge ook nooit op dit moment deze hersenspinsels op papier gezet als Kurt zijn schedelinhoud in 1994 niet over de muren van zijn garage gedrapeerd had. En dus ben ik, ook al is het inmiddels al weer een tijdje geleden sinds ik Bleach, Nevermind of In Utero een draairondje gunde, Cobain nog immer dankbaar. Anders had ik nu misschien nog steeds in die housebroek rondgelopen. Zelden bracht een zelfmoord zo veel goeds voort.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.