Er is voldoende hoop!

G3 - 2012 live

Het Shownieuws-publiek kun je volgens een kennis van mij verdelen in twee categorieën: mensen met weinig verstand en mensen met te veel tijd – al denk ik dat de kijker diep van binnen vast wel weet dat hij bij beide groepen hoort. Ik ga niet eens proberen om uit te leggen waarom ik het programma verleden week had opstaan, maar ik zag toch een interessant item langskomen over jongeren die gevoelig zijn voor de muzieksmaak van hun ouders. Nou is het niet voor het eerst dat soortgelijke onderzoeksresultaten opduiken en de details zijn me niet bijgebleven, maar het schijnt dus dat tieners en twintigers zich vaker dan je misschien zou denken laten verleiden tot headbangen op AC/DC of stiekem alles van de Stones in hun Spotify-playlists hebben staan.

Aangezien ik nu 27 ben en het dus niet heel lang geleden is, kan ik me nog precies herinneren hoe mijn muzieksmaak (deels) werd gevormd door wat mijn ouders luisterden. Zo vond ik de hoes van Pink Floyds The Division Bell – die ten tijde van de release elk weekend naast de cd-speler van mijn vader lag – zo intrigerend dat die me in mijn nachtmerries achtervolgde, ontdekte ik Neil Young dankzij zijn titelsong op de, thuis ook vaak afgespeelde,, soundtrack van de film Philadelphia en ging er een hele nieuwe wereld voor me open toen ik voor het eerst Bohemian Rhapsody van Queen hoorde.

Zodra ik mijn eigen bankrekening had, begon ik een eigen collectie aan te leggen en het zal niemand verbazen dat spoedig ook alle platen van Pink Floyd, Neil Young en Queen daartoe behoorden. Voor mijn twintigste wist ik meer van de muziek uit de tijd van mijn vader dan mijn vader zelf! Sommigen (het is mijn voormalige klasgenoten vergeven) vonden het maar vreemd, anderen moedigden het aan. Zoals de man achter de balie bij Kroese toen ik hem het cd-doosje van Lynyrd Skynyrds Street Survivors liet vullen. “Er is nog hoop”, reageerde hij met een brede grijns.

Natuurlijk was ik zeker geen uitzondering, maar soms voelde dat wel zo. Op de dag dat er een nieuw album van Neil Young in de winkels zou liggen, plensde en stormde het flink buiten, en was ik blij dat ik eindelijk de inmiddels zéér gemiste Free Record Shop had bereikt (toen bleek dat Frans Bauer op flink volume door de zaak schalde, besefte ik dat ik toch de helse buitenlucht prefereerde). Ik liep naar de balie en vroeg aan de medewerker – die nota bene duidelijk een paar jaar ouder was dan ikzelf – of de nieuwe Neil al binnen was. “Neil Young?”, vroeg hij, “Is dat muziek?” Kort probeerde ik samen te vatten wie de levende legende Neil Young precies was, in de hoop dat hij me wellicht niet goed had verstaan.

Niets.

De cd vond ik alsnog, maar ik heb nooit eerder of daarna een platenzaak zo beteuterd verlaten. Maar zoals eerder gezegd, er zijn genoeg jongeren die naast alle toffe acts van nu de helden van weleer wel herkennen en adoreren. Ga voor bewijs naar een site als Musicmeter.nl, waar tieners zelfs zo jong als 14 net Led Zeppelin IV hebben ontdekt en hartstochtelijk hun luisterervaringen beschrijven. Eerder dit jaar stond ik in Ziggo Dome naast een gezin waarvan ook de twee jonge zoons zich Neil Young-fans noemden en dus met hun ouders naar Amsterdam waren afgereisd om de oude meester met zijn Crazy Horse aan het werk te zien. Halverwege 2012 bezocht ik een G3-concert, waarbij drie gitaarvirtuozen los van elkaar (en later op de avond samen) hun kunsten vertoonden. Op het station na afloop vertelde een jongetje zijn vader dat hij nog nooit zoiets waanzinnigs had gezien en gehoord als het optreden van Steve Vai. Precies mijn reactie, herinnerde ik me, toen ik als puber voor het eerst kennis maakte met het werk van deze gitaargeselaar.

Er is voldoende hoop.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.