Greg Dulli vs. rotte biefstuk en een journalist from hell

The Afghan Whigs

Greg Dulli staat niet bekend als de vrolijkste knakker uit de muziekwereld. Wie bij hem aanschuift voor een interview, kan dus het nodige gemopper verwachten. Dat was in de hoogtijdagen van The Afghan Whigs zo, dat is anno 2014 nog steeds zo. Ik sprak de Amerikaan onlangs over Do To The Beast, de eerste Whigs-plaat in zestien jaar. Zijn knorrigheid was ingecalculeerd, maar ditmaal ging het iets verder.

Het gesprek met Dulli lijkt een normale te worden, al zet hij aan het begin wel direct de boel op scherp. “Het is leuk als mensen vragen stellen die ik nog niet eerder heb gehoord, dus we zien wel hoe dit gesprek gaat”, zegt hij. “Ik kan je nu meteen tien antwoorden geven op vragen die je gaat stellen, maar ik zal jou ze laten stellen.” Ik ben de beroerdste niet, en dus vraag ik de 48-jarige zanger welke vragen hij dan van mij verwacht. “Je gaat me vragen hoe het is om terug te zijn, waarom we na al die tijd weer een nieuwe plaat wilden maken, waarom gitarist Rick McCollum de band heeft verlaten. Zo kan ik nog wel even doorgaan.”

Dulli klinkt een beetje geïrriteerd, maar in het halfuur dat volgt blijkt hij een prettige gesprekspartner. Enthousiast vertelt hij over de show die hij een jaar geleden deed met r&b-zanger Usher. Dat hij zich toen voelde als voor zijn allereerste optreden. Na de show besloot hij, terwijl de adrenaline nog door zijn bloed galoppeerde, met bassist John Curley dat er een nieuwe The Afghan Whigs-plaat moest komen. De eerste in zestien jaar.

Ja, het is een prima gesprek. Dat blijkt ook als Dulli vertelt over hoe hij vorig jaar met Steve Kilbey in de studio zat. Dat is de zanger van The Church, een grote band uit Australië waarvan ik evenwel geen enkel nummer ken. Dat geef ik eerlijk toe, waarna Dulli aanbiedt na het interview even een paar albumtitels voor mij op te schrijven. Goed idee, vind ik, maar zover komt het niet. Wil ik me nog eens verdiepen in de muziek van The Church, dan moet ik dat zonder de hulp van Dulli doen.

Gestolen drumbeat
Het interview is ruim 25 minuten oud als het onverwachts misgaat. Ik begin over Algiers, de eerste single van Do To The Beast. Ik vraag of het opzet is dat de drumbeat in dat liedje klinkt als die uit Be My Baby van The Ronettes. “Ik zei zelfs: laten we de Be My Baby-beat spelen”, antwoordt Dulli. “Dus ja, dat is absoluut bewust. Ik denk dat heel veel mensen die drumbeat hebben gestolen, zoals The Jesus And Mary Chain. Maar ik ook ja. Voor honderd procent.”

Als ik hem vervolgens vraag of hij geen problemen heeft met het kopiëren van andermans muziek, raak ik de verkeerde snaar. “Waarom? Het is een drumbeat en die is van niemand! Ga je me arresteren?” Ik ben het met Dulli eens. Het is maar een drumbeat en het zal mij worst wezen hoe vaak die in de geschiedenis van de muziek herhaald wordt. Toch klinkt Dulli plotseling wel zó geïrriteerd dat ik poog met een kwinkslag te reageren. Met mijn reactie op zijn vraag of ik hem ga arresteren, maak ik het echter alleen maar erger: “Ja, misschien wel.” Met een zuinig mondje maakt Dulli duidelijk dat hier het interview ten einde komt: “We’re done Sven, we’re done.” Ik besluit hier niet tegen in te gaan, want de rocker kijkt mij wel erg dwingend aan. Ik geef hem een hand, bedank hem en loop weg.

Van de rel
Twee dagen na het interview word ik gebeld door het label van The Afghan Whigs. Toen ik wegliep van Greg Dulli is de boel achter mij blijkbaar ontploft als in een over the top Hollywoodfilm. Ik wist wel dat het niet het meest ontspannen einde van een gesprek was, maar dat Dulli het zo hoog opnam, verbaast mij. Na mijn interview blijkt hij aanvankelijk geweigerd te hebben nog een interview te doen. Ik zou hem tot op het bot beledigd hebben en hij nam het zijn manager kwalijk dat hij hem niet in bescherming had genomen tegen mij.

Ik ben behoorlijk angstaanjagend, ik ben de eerste om dat toe te geven, maar het is me niet eerder gelukt een artiest zo van de rel te brengen. Misschien was hij toch nog niet helemaal hersteld van de voedselvergiftiging die hij twee dagen eerder had opgelopen in Parijs, alwaar een Italiaanse biefstuk hem velde. Misschien was het een combinatie van het rotte brok vlees en deze ‘journalist from hell’ die Dulli ertoe bracht om direct een taxi te eisen. Toen drie kwartier na afloop van het gesprek met ondergetekende de taxi arriveerde, zat hij toch opeens weer een interview te doen. Op sommige rockers valt geen peil te trekken, maar stiekem maakt die grilligheid ze alleen maar interessant.

Het interview met The Afghan Whigs lees je in de nieuwe Lust For Life, die vanaf 16 april te bestellen is op www.muziekbladopjemat.nl

1 Reactie

  1. Greg Dulli 28 maart 2014 Reageer

    I’ll see you in court, Sven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.