Hokjesgeest

music genres

“Wij houden er niet van om in een hokje geplaatst te worden”. *Gaap*. Als ik een duppie kreeg voor elke keer dat ik een jonge muzikant ongeveer die woorden heb horen bezigen, dan kon ik de voltallige LFL-redactie op ijsjes trakteren (dubbellikkers van het merk goedkopie, maar toch). Waarom zijn bands en artiesten vaak zo bang om een label opgeplakt te krijgen? En waarom doen we het allemaal – en die vermaledijde journalisten in het bijzonder – dan toch zo graag?

Ook de Dikke Van Dale lijkt op de hand van een groot deel van het muzikantenvolk en beschrijft de term ‘hokjesdenken’ als ‘een ongenuanceerde wereldbeschouwing hebben’. Dat klinkt toch niet erg positief. Nu ja, noem me een stereotype journalist of simpelweg een kortzichtige hork, maar ik ben dus GEK OP HOKJES. Hokjes houden het leven ordelijk en begrijpelijk. Hokjes zorgen ervoor dat mijn licht-autistische brein niet op tilt slaat. Hokjes behoeden je voor ongewenste verrassingen. Ja, hokjes zorgen voor rust.

Krankjorum
Ondanks de negatieve connotatie zijn veel psychologen het erover eens dat hokjesdenken eigenlijk lang zo slecht niet is en daarnaast volkomen natuurlijk. Zonder alle dagelijkse informatie fatsoenlijk en overzichtelijk voor jezelf te categoriseren, zou je immers compleet krankjorum worden. Het zou ook wat zijn als we zouden stoppen met het afbakenen van stijlen en genres. “Heb je die band al gehoord? Echt te gekke muziek met ruige gitaren, bas, drums en een zanger die vaak keihard in de microfoon boert enzo.”. Ik denk niet dat iemand daar veel wijzer van zou worden. Nee, dan houd ik het liever gewoon op ‘metal’ (een aantal subgenres daargelaten). Wellicht dat het ensemble in kwestie nog freejazz-invloeden in zijn sound verwerkt, hier en daar wordt opgeleukt met een ngoni (zoek maar op) of zijn eigen geluid omschrijft als ‘epic avant-garde groovemetal’; het zal wel. Die diepere lagen mag de fijnproever lekker zelf ontdekken. En eenieder die sowieso niet van metal is gecharmeerd, zal de betreffende band hoe dan ook toch wel links laten liggen.

Irritatiegrens
Het liefst zou ik al die hokjes zelfs zo basaal mogelijk houden. Rock, jazz, blues, pop, soul, hiphop, punk; je weet meteen waar je aan toe bent. Toch moet zelfs een neuroot als ondergetekende erkennen dat die termen wellicht net te algemeen zijn om het geluid van een artiest in één keer te vangen. Garagerock, blue-eyed soul, Delta blues etc….vooruit, dat kan nog net. Een term als indietronica daarentegen – waar dat woord ineens vandaan komt is me een raadsel, maar de beschrijving lijkt de laatste maanden driftig aan terrein te winnen bij mijn welgewaardeerde collega’s – schurkt daarentegen gevaarlijk dicht tegen mijn irritatiegrens. Toch ben ik er stiekem wel dankbaar voor; ik weet immers in één oogopslag dat ik onderhavige artiest nooit van m’n levensdagen wil zien of horen. Maar dat is weer een smaakdiscussie.

Geen gepruil
Feit is dat die verfoeilijke hokjes nu eenmaal onvermijdelijk zijn. Het muziekjournaille zou anders in elk artikel twee alinea’s moeten reserveren om het geluid van een band zo accuraat mogelijk te beschrijven. En dan nog zou men in een hokje geduwd worden – zij het dan een hokje van 2 alinea’s lang. Dus jonge muzikanten, wen er maar aan. Geen gepruil, maar omarm dat hokje en wees er trots op. Of trap hem juist volledig uit z’n sponningen, bewijs ons van ons ongelijk en creëer er zelf eentje. Misschien dat ik hem dan uiteindelijk ooit wel toevoeg aan mijn eigen hokjes-repertoire. Met de nadruk op misschien!     

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.