Mijn heilige drie-eenheid: Simply Red, Phil Collins en John Lennon

John Lennon - The Very Best

Door de blog van Martin dacht ik ongewild eens terug aan mijn, verdrongen, muzikale opvoeding. Verdrongen? Ja, die was namelijk op wat verplichte muzieklessen op school na nogal afwezig. En toen hij er wel was, kwamen Simply Red, Phil Collins en John Lennon ineens om de hoek kijken. 

Mijn ouders hebben niks met muziek. Ze geven er werkelijk waar geen zier om – een enkele uitspatting van een Golden Earring-concert in de 013, een dagje Appelpop of een optreden van Wouter Hamel in Luxor Live daargelaten. Een bijzonder vreemde constatering voor iemand die bij een muziekblad werkt en niets anders doet dan de hele dag muziek luisteren, maar ik weet dus ook hoe het is om niks met muziek te hebben.

Tot ik een jaar of dertien werd, had ik namelijk ook niks met muziek. Als je me destijds vroeg waar ik naar luisterde, was mijn beschaamde antwoord: “Top 40-muziek”. Ik kon er niks aan doen: ik wist niet beter. Ooit had ik voor mijn verjaardag van een klasgenootje een (nu erg gewaardeerde) cd van Eels gekregen, maar die kreeg slechts een halve luisterbeurt voordat hij bij mijn Hitzone’s en No Sweat’s in het cd-rekje terecht kwam. TMF en MTV stonden de hele dag aan, posters uit de Hitkrant sierden mijn kamer en ik was dolgelukkig toen ik naar de concerten van The Spice Girls en Britney Spears mocht. Oftewel: enige eigen muzikale smaak én muzikale kwaliteit was mij vreemd.

…But Seriously
Dat veranderde tijdens een bepaalde zomer. (Of althans: dat was het in mijn herinnering, het kan net zo goed gevroren hebben.) Toen klonk door ons huis ineens de sympathieke stem van Mick Hucknall met vooral de Simply Red-knaller Holding Back The Years. Nogal een verademing ten opzichte van de zoveelste popsong die uit mijn kamer schalde.

Simply Red werd regelmatig afgewisseld met Phil Collins. Zijn album …But Seriously kreeg luisterbeurt na luisterbeurt en Collins stootte Hucknall al snel van zijn troon. In tegenstelling tot velen, wist de drummer van een van de beste progbands ter wereld mij namelijk wel degelijk te beroeren met zijn solowerk.
Nadat ik song na song uit mijn hoofd wist op te dreunen en ik na het einde van het ene nummer al de start van het volgende aan het neuriën was, besloot ik dat het tijd was voor wat nieuwe muziek. Ik dook in het overige werk van de zanger/drummer en wat ik hoorde, beviel me prima. Tot de soundtrack van Tarzan. Daar hield het op. Een grote hit onder het Sky Radio-publiek, maar daar schaarde ik me (voor het eerst in tijden) toch écht niet meer onder.

John Lennon
Wederom tijdens een zomer maakte ik kennis met John Lennon. De held van velen, een redder van mijn muzieksmaak. Hij kwam namelijk net op tijd, net op het moment dat ik Collins al meer dan zat was omdat ik hem zo grijs had gedraaid. Mijn zusje en ik waren met mijn vader op vakantie in Frankrijk. Ik zat vaak op de bijrijdersstoel en mocht dus met mijn vader samen beslissen welke muziek gedraaid werd. Van alles dat we mee hadden, was het album Lennon Legend: The Very Best Of John Lennon de enige die we allebei uit konden staan. Ik had toen nog weinig tot geen idee wie Lennon was, maar dat maakte ook niks uit. In no-time was ik verslingerd aan het album, wat ook maar goed was, aangezien hij flink wat speeluren heeft gehad in de warme auto.

Eenmaal thuis besloot ik me eens in zijn geschiedenis te verdiepen. Zijn levensverhaal was me door mijn vader al verteld maar albums van The Beatles hadden we op dat moment, uiteraard, niet bij ons. Thuis waren ze gelukkig slechts een ritje naar de bibliotheek verwijderd en van Simply Red naar Phil Collins en door naar John Lennon, startte daar eindelijk mijn échte eigen muzieksmaak.

Dat ik nu terecht ben gekomen bij metalbands als Machine Head, In Flames en Soilwork en het liefst concerten van hardcorebands bezoek, is ergens een vreemde afslag geweest…

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.