Ouwe lullen mogen blijven

Bruce-Springsteen---2013

Eind vorig jaar werd ik 50. Vrienden probeerden mij een hart onder de riem te steken door mij voor te houden dat 50 de nieuwe 40 was. Een enkeling tetterde mij overmoedig in de oren dat 50 zelfs de nieuwe 30 was. En sloeg mij daarbij net wat te hard op de schouder. Er zijn inderdaad momenten dat ik nog iets van jeugdigheid om me heen voel hangen. Ik weet ook nog goed hoe mijn vader er uitzag toen hij deze mijlpaal passeerde. Het haar plat naar achter geplakt, een hoornen bril op de neus en gestoken in een keurig confectiepak. Een bedaagde man van middelbare leeftijd. Inderdaad, misschien is er iets veranderd.

Dat geldt in elk geval voor de popmuziek. Dat viel mij eens te meer op toen ik onlangs een duik in mijn archief nam. Een goede vriend van mij is bezig met een boek over David Bowie. Ik herinnerde mij dat ik de zanger in 1987 in de Kuip in Rotterdam had zien optreden en dat ik diverse krantenknipsels bewaard had – wellicht kon hij die gebruiken. Ik had ze jaren niet onder ogen gehad. Het viel mij daarom op dat er in sommige artikelen zo nadrukkelijk werd stilgestaan bij de leeftijd van de zanger.

David Bowie was dat jaar 40 geworden. In het Algemeen Dagblad werd hij neergezet als veertiger ‘die zich er terdege van bewust is dat zijn artistieke hoogtijdagen achter hem liggen’. De Volkskrant had het over de “40-jarige, maar nog altijd vitale rocker”. In het Nederlands Dagblad werd de Britse ster weggezet als een saai, nietszeggend fenomeen. ‘Bowie is alleen maar 40’.

Kwijlende bejaarden in de ballenbak
Het was allemaal nog redelijk mild vergeleken bij de manier waarop een paar jaar eerder The Rolling Stones onthaald werd. De band trad in 1982 driemaal op in de Kuip. De meeste bandleden waren achter in de 30. Bassist Bill Wyman trok met zijn 45 het gemiddelde nog eens behoorlijk omhoog. Ik kan mij herinneren dat in verschillend aankondigingen eindeloos doorgezeurd werd over de leeftijd van de mannen. Alsof een stel kwijlende bejaarden bezit had genomen van de ballenbak van de Ikea. Vooral de arme Bill moest het ontgelden. Zo’n oude man. En dan nog op een podium. Het was bijna obsceen.

Terwijl het in de gewone wereld langzaam teruggedrongen werd, bleef leeftijdsdiscriminatie in de popmuziek welig tieren. Of zoals van Kooten en de Bie ooit zongen: “Oude lullen moeten weg”. Wat dit duo er overigens niet van weerhield om tot ver na hun eigen houdbaarheidsdatum op de televisie te blijven rondhangen, maar dat geheel terzijde. Het moet begonnen zijn toen de punk losbarstte. Van de een op de andere dag werd een hele generatie bands, vooral symfonische rockbands, afgeschreven als achterhaald en vooral veel te oud. De dinosauriërs waren vaak niet ouder dan een jaar of 35. Als iemand na zijn veertigste nog met een gitaar op het podium werd gesignaleerd, was dat per definitie verdacht. Vond vooral de collectieve journalistiek, die liever met een tong uit de mond achter allerlei nieuwe hypes aanjoeg.

Springlevend
Dat is veranderd, want niemand kan er meer omheen dat veel van die veteranen nog altijd topprestaties leveren. High Hopes, het boeiende nieuwe album van Bruce Springsteen, wordt gewoon op zijn muzikale waarde beoordeeld. In de beschouwingen die ik heb gelezen, wordt zijn leeftijd – Bruce is 64 – slechts zijdelings vermeld. Het doet er immers niet toe. De leden van Pearl Jam, een band die artistiek en commercieel gezien nog springlevend is, zijn allemaal achterin de 40. En niemand die hen dat in de overwegend positieve recensies van Lightning Bolt nadraagt. Of neem Nick Cave. Volgens velen maakte de 56-jarige zanger met Push The Sky Away een van de beste albums van 2013.

De afgelopen jaren waren het juist ook oudere acts die live een enorme indruk op mij maakten. Een breekbare Leonard Cohen bleek nog niets van zijn zeggingskracht verloren te hebben. Golden Earring staat nog altijd garant voor minstens twee uur rock op topniveau. Toen ik onlangs voor een jaarlijstje het beste concert van 2013 moest opgeven, hoefde ik geen seconde na te denken. Dat was de show van The Pretty Things op de laatste editie van het Roadburn Festival. Zanger Phil May – 68! – en gitarist Dick Taylor – 70! – hadden de vaders, nee de opa’s kunnen zijn van de meeste andere groepen die er optraden. Toch werd iedereen weggeblazen door messcherpe akkoorden, venijnig zang en superieure songs.

Diepgewortelde roeping
Waarom zouden al die muzikanten op leeftijd dan ook stoppen? Als je een suffe kantoorbaan hebt, werk je om je hypotheek te betalen. Je gaat met pensioen zodra dat kan. Muzikanten – althans echte muzikanten – spelen vanuit een diepgewortelde roeping. Ze kunnen en willen niets anders. Scheppen en entertainen is een levensvoorwaarde. Het is een bezieling die zich niet laat beteugelen door zoiets banaals als leeftijd. Cave, Springsteen, Golden Earring en The Pretty Things zijn daarvan de springlevende voorbeelden. Ze stoppen pas wanneer het echt niet meer kan. Tot die tijd telt alleen de kwaliteit van hun werk. De popmuziek is leeftijdsloos geworden. En heel stiekem hoop ik dat dit ook een beetje geldt voor de popjournalistiek.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.