Waar ben je mee bezig, Neil?

Neil Young

De bovenstaande vraag is er een die eens in de zoveel tijd leeft bij fans van Neil Young. Zelfs op bijna zeventigjarige leeftijd weet de immer onvoorspelbare legende zijn volgers te verbijsteren met elke stap die hij binnen (en soms ook buiten) de muziek zet. Het lijkt wel alsof we weer in de jaren tachtig zijn beland, een tijd waarin Young veel van zijn experimenten zag mislukken en het geduld van zijn publiek tot in het extreme op de proef stelde. Neem het onlangs verschenen The Monsanto Years, misschien wel zijn meest frustrerende album in jaren.

Laat alvast duidelijk zijn: Neil Young is zo’n beetje mijn grootste muzikale held en ik heb alles van de man in mijn platenkast staan. Maar daardoor weet ik ook dat, gezien zijn enorme output, zelfs de grootste bewonderaars vrijwel onmogelijk alles van de meester goed kunnen vinden. Naast een hele berg goede tot briljante albums waagde hij zich aan een aantal middelmatige (Fork In The Road), vreemde (Arc), verkeerd begrepen (Trans) en ronduit matige tot slechte (Everybody’s Rockin’, Landing On Water) projecten. Helaas valt het recente The Monsanto Years naar mijn mening in die laatste categorie.

Neil is weer eens boos en doorgaans levert dat bij hem heel geïnspireerde muziek op. Neem de klassieker Ohio, die hij kort na het Kent State-bloedbad schreef. Of Living With War, het protestalbum waarmee Young in 2006 zijn mening gaf over de oorlog in Irak en de toenmalige Amerikaanse president Bush. Dat deed hij op zo’n directe manier dat zelfs iemand met het IQ van een visstick wist waar hij het precies over had. Op The Monsanto Years richt Neil zijn pijlen op de bedrijven Monsanto, marktleider op het gebied van GGO-zaden (genetisch gemodificeerde zaden), en Starbucks. Die koffiegigant zou Monsanto steunen in een rechtszaak tegen de staat Vermont, die bedrijven wil verplichten om genetisch gemodificeerde ingrediënten op etiketten te vermelden.

Snel afgeraffeld
Vrij specifieke doelwitten dus en misschien wel iets té specifiek, want ik vraag me sterk af hoeveel van Youngs fans zich net zo druk maken over dit onderwerp als hun verontwaardigde idool, die al eerder opriep tot een boycot van Starbucks. Zoals hij zelf al zingt: ‘People want to hear about love’. Maar dat alles staat natuurlijk los van de kwaliteit van de nieuwe songs. Die klinken alsof ze behoorlijk snel afgeraffeld werden, zowel tijdens het schrijven als het opnemen. Neem deze regels uit het gevat getitelde A Rock Star Bucks A Coffee Shop: ‘Yeah I want a cup of coffee, but I don’t want a GMO/I’d like to start my day off without helping Monsanto’… Dat moet wel het meest tenenkrommende stuk tekst uit Youngs pen zijn sinds ‘My software is not compatible with you’ uit Without Rings (2000).

Overigens staan er best een paar aardige nummers op The Monstanto Years. In Big Box en Workin’ Man gaat Young weer lekker tekeer op zijn gitaar terwijl hij zijn venijnige teksten uitspuwt, en Wolf Moon is een ouderwetse, op het eerste gehoor luchtige folkballad met herkenbaar harmonicaspel. Maar ook daarin ligt het protest op de loer: ‘Seeds of life, your golden fields of wheat/Windy fields of  barley at your feet/While you endure the thoughtless plundering’. Buiten die schaarse lichtpunten vervalt Young echter in al te gemakzuchtige teksten (zie hierboven), lelijke melodieën (Rules Of Change) en rommelig spel van de groep Promise Of The Real, met twee zoons van countryster Willie Nelson. Nu zijn we bij Young wel gewend aan lompe instrumentatie, maar deze jonge begeleidingsband ontbeert de charme van een Crazy Horse volledig.

Streamingdiensten
The Monsanto Years volgt na twee andere opmerkelijke, maar niet bijster geslaagde Neil Young-albums die beide vorig jaar het daglicht zagen: de krakerige, met ouderwetse apparatuur opgenomen coverscollectie A Letter Home en het met orkest en big band aangeklede Storytone. Ondertussen vond de oude Canadees nog de tijd om een boek over auto’s te schrijven, ruilde hij de vrouw die decennialang aan zijn zijde stond (Pegi) in voor de ooit aantrekkelijke actrice Daryl Hannah, lanceerde hij zijn blijkbaar niet heel succesvolle muziekspeler Pono en raakte hij verwikkeld in een wat kinderachtige ruzie met oud-collega David Crosby. En terwijl ik dit stuk aan het schrijven ben, zie ik het bericht langskomen dat Young zijn muziek van streamingdiensten haalt. Niet vanwege het geld. “Het gaat om de geluidskwaliteit”, meldt hij op Facebook.

Dat laatste zal mij persoonlijk een zorg zijn, aangezien ik nog braaf cd’s aanschaf en luister, maar ik kan me voorstellen dat veel van zijn fans behoorlijk over de zeik zijn door deze radicale beslissing. Wat mij meer bezighoudt, is dus de kwaliteit van zijn recente muziek. Nee, we kunnen niet zeggen dat de man geen typische Neil Young-platen meer maakt (daar werd hij in de jaren tachtig door zijn toenmalige platenmaatschappij Geffen van beschuldigd) en in alles wat hij doet is de oude rocker als altijd volledig oprecht, maar zijn laatste drie albums klinken alsof ze te haastig geschreven, gemaakt en uitgebracht zijn. Dat Neil in zijn werk nog altijd volledig zijn artistieke visie volgt zonder concessies te doen, verdient het grootst mogelijke respect. Maar hij mag in het vervolg gerust wat meer tijd nemen om met die visie weer écht goede platen te maken.

Foto: Danny Clinch

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.