Led Zeppelin wordt aangeklaagd over Stairway To Heaven

Led Zeppelin

Spirit-bassist Mark Andes gaat Led Zeppelin aanklagen omdat het iconische Stairway To Heaven te veel op een drie jaar eerder uitgebracht nummer van zijn band lijkt, getiteld Taurus. Met deze rechtszaak hoopt Andes dat Spirit-gitarist Randy California genoemd wordt als co-auteur van de Led Zeppelin-klassieker.

In 1968 was Led Zeppelin de support act tijdens de eerste Amerikaanse tour van Spirit. Volgens Andes hoorden Jimmy Page en co het nummer terwijl ze onderweg waren. Stairway To Heaven kwam uit op Led Zeppelin IV in 1971, maar de leden van Spirit hebben altijd volgehouden dat het akoestische gitaargedeelte in de opening overgenomen was van Taurus. Randy California, de gitarist van Spirit die overleed in 1997, zei ooit: “Ik vind het een rip-off. Die gasten hebben er miljoenen dollars mee verdiend, en hebben nooit eens ‘dankjewel’ gezegd, of ‘Zullen we jullie iets ervoor betalen?’. Het is een pijnlijk punt voor mij.” Met de rechtszaak wil Andes het voor elkaar krijgen dat California genoemd wordt als mede-songschrijver op de aankomende heruitgave van Led Zeppelin IV en een gepaste betaling krijgt. Hij zegt: “Het zou fijn zijn als de Led Zeppelin-jongens Randy eens toeknikten. Dat zou prachtig zijn.”

Steve Marriott
Het is niet bepaald de eerste keer dat Led Zep aangeklaagd wordt. In LFL041 worden in een stuk naar aanleiding van de aankomende reissues van de drie eerste platen de ‘gestolen’ nummers en hun originele bedenkers nog eens genoemd. In het begin van de jaren ’90 sprak Robert Haagsma met Steve Marriott van Small Faces. Het gesprek kabbelde aangenaam voort, totdat Led Zeppelin ter sprake kwam. Zijn gezicht verstrakte. “In 1966 traden we veel op”, vertelde de zanger. “Bij vrijwel elk optreden stond er zo’n blond kereltje vlak voor het podium. Een en al aandacht. Ik heb uiteindelijk een praatje aangeknoopt. Het bleek een jongeman te zijn die er zelf van droomde een rockster te worden.” Marriott vertelde dat hij de knaap al weer bijna vergeten was toen hij drie jaar later het debuut van Led Zeppelin in handen gedrukt kreeg. “Daar was hij dus weer, onze trouwe fan: Robert Plant. Nu als zanger van zijn eigen band. Nog datzelfde jaar verscheen hun tweede plaat. Toen kukelde ik pas echt van mijn stoel. Whole Lotta Love was een regelrechte remake van You Need Lovin’, een nummer dat wij destijds elke avond speelden. Ze hadden er doodleuk hun eigen namen onder gezet. Of ik ooit overwogen heb om de band voor de rechter te slepen? Nee, want dan was uitgekomen dat wij het op onze beurt hadden gestolen van blueszanger Willie Dixon.”

Reünie?
In de tussentijd liggen Page en Plant weer overhoop met elkaar. Volgens de laatste is er geen kans op een nieuwe Led Zeppelin reünieshow, of om de woorden van Plant te gebruiken: “zero-chance”. De laatste reünie van de band was zeven jaar geleden in Londen. Eerder zei Page juist dat hij zeker wist dat fans daar wel enthousiast over zouden zijn: “Ik weet zeker dat mensen het graag zouden willen horen”, aldus Page tegen BBC, “Maar je moet het niet aan mij vragen, ik ben niet de zanger.” Nu is hij klaar met de spelletjes van de zanger, liet hij New York Times weten. “Het werd me vorig jaar verteld dat Robert zei dat hij niks te doen had in 2014, en wat denken de andere jongens dan? Nou, dat weet hij best. Iedereen zou graag meer concerten willen geven. Hij is gewoon een spelletje aan het spelen en ik ben er klaar mee, om eerlijk te zijn. Ik kan zelf niet zingen, dus ik kan er niet veel aan doen. Maar het ziet er nou zo onwaarschijnlijk uit, niet? Ik wil zeker live spelen. Omdat ik nog steeds die schittering in mijn ogen heb. Ik kan nog steeds spelen.”

Lust For Life 041, met verder verhalen over o.a. The Beatles, Blondie, Emerson Lake & Palmer, The Motions en Leon Russell, ligt vanaf woensdag in de winkel!

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.