Onlangs zat ik met een collega-journalist van De Gelderlander rond de tafel om het fenomeen Top 2000 te bespreken. Jaarlijks sturen honderdduizenden mensen een top tien in met favoriete nummers en daarmee is het eigenlijk de meest omvattende muzieklijst van Nederland. Maar wat is die lijst eigenlijk? Zijn het de beste nummers? De mooiste? Of de liedjes waar men de beste herinneringen aan bewaart?
Ik denk dat de Top 2000 vooral wordt samengesteld op basis van een nostalgisch gevoel. Aan het einde van het jaar is het heerlijk mijmeren, met de familie rond de kerstboom en de radio aan. Een feest der herkenning, denkend aan vroeger en aan de liefdes, de mooie momenten met vrienden op de middelbare school, de eerste keer dansen met een meisje en de eerste zoen. Natuurlijk gaat het ook om kwaliteit – de eerste tien platen van de lijst zijn immers van hoog niveau – maar zolang Boney M nog jaarlijks in de Top 2000 prijkt, weet ik zeker dat de keuze van mensen niet louter draait om hoe goed een nummer is.
Klasse of schoonheid?
De lijn tussen mooi en goed is erg dun. Als ik mijn tien favoriete albums aller tijden moet noemen – wat overigens een verschrikkelijk karwei is – dan zijn die in mijn ogen kwalitatief fantastisch, maar ik kies ze vooral omdat ik ze mooi vind. Gaat het alleen om de klasse van een plaat, kies ik misschien wel albums waar ik zelf niet zoveel mee heb, maar die wel gewoon heel goed zijn. Ik weet dat het vloeken in de kerk is, maar Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band ligt bij mij thuis vrij weinig op de draaitafel, terwijl ik de superioriteit ervan wel onderken.
Stel dat we die vraag zouden stellen: wat zijn de beste platen ooit? Welke albums willen we meegeven aan de komende generaties? Stel dat de mensheid van de aarde verdwijnt en over honderd miljoen jaar landen er een paar marsmannetjes in een ruimteschip op de restanten van onze civilisatie: welke platen willen we dan dat ze vinden? De beste die we te bieden hadden, toch? Die de maatschappij veranderden, in hun tijdsgeest fenomenaal waren en niet meer overtroffen werden.
De capsule van Lust For Life
Bij Lust For Life kwamen we een tijdje geleden op het lumineuze idee dat te gaan uitzoeken. Welke platen gaan we in een capsule stoppen en opbergen, om over duizend jaar opgegraven te worden? Daar gaan we de komende maanden mee aan de slag. We vragen bekende muzikanten, muziekprofessionals en natuurlijk jullie welke vijftig albums we gaan bewaren. Wat we met de capsule gaan doen, weten we nog niet precies. Misschien begraven we ‘m op honderd meter diepte. Of we schieten ‘m met een kanon de zee in. Als hij maar een hele poos niet teruggevonden wordt. De lijst publiceren we volgend jaar in onze jubileumeditie: LFL050. Vanaf januari kunnen jullie allemaal stemmen.
Schot voor de boeg
Alvast een schot voor de boeg: ik zou Songs For The Deaf van Queens Of The Stone Age nomineren. Waarom? Het is een rockplaat die voor een groot gedeelte de muziek van nu heeft bepaald. Een conceptalbum van een band die duizenden jochies de gitaar deed oppakken om stonerrock te maken: een stroming die door een paar gozertjes uit de desert in Californië werd bedacht en waar bandjes uit plaatsen als Waddinxveen hun inspiratie vandaan halen. Een plaat vol razende solo’s, diversiteit en toch een duidelijk geluid. En nog geen vijftien jaar oud. Wat zeg je? Die plaat heeft zijn eeuwigheidswaarde nog niet bewezen? Ach, over duizend jaar is iedere plaat classic.