‘Something is happening, Mr. Jones…’ Met deze binnenkomer in het nummer Dandy refereert Mott The Hoople-frontman Ian Hunter knap in één korte zin aan twee van de belangrijkste popiconen aller tijden: Dylan (de tekstregel is een knipoog naar diens Ballad Of A Thin Man) en Bowie (geboren als David Jones). Het lied dient echter als een liefdevolle ode aan laatstgenoemde, een van de vele muzikale helden die we dit jaar kwijtraakten en de man die Mott The Hoople in 1972 aan een doorbraakhit hielp door zijn compositie All The Young Dudes aan de band te schenken. Een mooiere ode dan Dandy kon Bowie zich niet wensen: door te strooien met tekstuele verwijzingen naar verschillende klassiekers die de zanger ons naliet, maakt Hunter kristalhelder waarom zijn tijdgenoot ook alweer door zo veel mensen omarmd werd. Dat de inmiddels 77-jarige(!) Mr. Mott zelf die massale waardering nooit echt toekwam, is een regelrechte schande. De man, wiens stem steeds meer klinkt als een mix tussen de jonge Rod Stewart en de oude Roger Taylor, bewees zich met When I’m President (2012) al een van de meest potente rockers op leeftijd en ook op Fingers Crossed staan nummers die Hunter in zijn meest vruchtbare jonge jaren had kunnen schrijven, zoals de bruisende rocksong That’s When The Trouble Starts, de dromerige ballad Morpheus en het onwaarschijnlijk hitlijstwaardige Bow Street Runners. Zo’n goede plaat maken in de winter van je carrière… niet alleen Bowie kon het.
1 Reactie
Ian Hunter bewijst met dit schitterende album hoe goed hij is als zanger met zijn rauwe stem. Dit bewees hij in het verleden al met Mott the Hoople. Maar hij kan ook heel goed uit de voeten met zijn the Rant band. Met het album Finger Crossed heeft hij weer een meesterwerk te pakken. Vooral de nummers White House en Dandy staan als een huis.