Spin-off band, tribute-act of supergroup? BEAT is in feite alle drie in één. Bassist Tony Levin (o.a. Peter Gabriel), drummer Danny Carey (Tool), snarenwonder Steve Vai en zanger/gitarist Adrian Belew besloten in 2024 samen te toeren met materiaal uit een specifieke periode in de geschiedenis van King Crimson: de eighties. De toch wat onderbelichte jaren waarin Belew en Levin zelf ook onderdeel waren van die band. En een tijdperk waarin de progpioniers veel van hun meest creatieve, complexe en curieuze songs creëerden, zo bleek gisteravond maar weer in 013.
“We dachten: laten we de makkelijke songs eerst afwerken”, meldt Adrian Belew droogjes na een handvol overweldigende nummers. Die mededeling wordt uiteraard uit alle hoeken van de volgepakte zaal beantwoord met een harde lach. Belew en zijn vermaarde collega’s speelden zojuist o.a. Neal And Jack And Me en het relatief toegankelijke Heartbeat met wiskundige precisie, waarbij ieder lid als een bezetene tekeerging op zijn instrument. En dan moest het meest uitdagende werk van het album Discipline nog komen… Ja, als de intense warmte in de zaal je niet al aan het zweten bracht, dan kon je je maar beter niet indenken hoeveel oefening en vingervlugheid het vergt om dit materiaal onder de knie te krijgen. Over discipline gesproken!
Crimson-connecties
Geen King Crimson-klassiekers als 21st Century Schizoid Man, The Court Of The Crimson King of Starless vanavond. De setlist bestaat bijna volledig uit selecties van de drie albums die de band in de jaren tachtig uitbracht: Discipline (1981), Beat (1982) en Three Of A Perfect Pair (1984). Bekend terrein voor Belew en Levin – zij vormden in die periode samen met gitarist/bandleider Robert Fripp en drummer Bill Bruford de zoveelste Crimson-incarnatie. Voor drummer Carey moet het een eervolle uitdaging zijn om in de voetsporen van Bruford te treden; dat King Crimson een aanzienlijke invloed op zijn eigen Tool had, is immers evident. Ook in de loopbaan van Steve Vai valt er een zekere Crimson-connectie te ontdekken: hij en Robert Fripp lieten zich in 2004 strikken voor een G3-tour (een samenwerkingsproject met drie meestergitaristen, met Joe Satriani als enige constante factor).
Het is overigens schitterend om Vai weer eens een gelijkwaardige rol binnen een band te zien spelen, zoals hij dat begin jaren tachtig deed als ‘stuntgitarist’ bij Frank Zappa en later in dat decennium bij David Lee Roth en Whitesnake. Maar ook al eist mede-Zappa-alumnus Belew bijna evenveel aandacht op met zijn gepassioneerde gitaarerupties, Vai doet ook nu in 013 uiteraard een ruime greep uit zijn vertrouwde trukendoos. Bijvoorbeeld tijdens zijn waanzinnige solo in The Sheltering Sky, waarbij hij – aangevuld met de gebruikelijke amusante bekkentrekkerij – zijn instrument bij de ‘whammy bar’ grijpt, de lucht in tilt en het geluid mee de hoogte in stuurt. Dergelijke krachtpatserij is des te effectiever wanneer hij het wat meer doseert, zoals vanavond dus binnen de composities van King Crimson.
‘I like it!’
Robert Fripp vond zijn band begin jaren tachtig opnieuw uit op het album Discipline, met muziek die meer drijft op complexe ritmes en een zekere newwave-invloed. Met het verstrijken van de jaren lijkt die plaat steeds meer de klassiekerstatus van eerdere King Crimson-lp’s als In The Court Of The Crimson King (1969), Larks’ Tongues In Aspic (1973) en Red (1974) te verwerven – en terecht. Maar Beat en Three Of A Perfect Pair blijven er nog altijd ver bij achter, terwijl ook daar fenomenaal materiaal op te vinden is. Zoals Waiting Man, dat opent met alleen de percussie van Carey. Als een losgeslagen puppy stormt Belew vervolgens het podium op en trommelt hij vrolijk een paar minuten mee, voordat Vai en Levin het duo weer aanvullen. Prachtig om te ervaren hoe zo’n complex stuk voor je ogen wordt opgebouwd.
En zo schuiven de ingewikkeldste partijen deze avond op ingenieuze wijze in en langs elkaar (die heerlijk schurende gitaren in Frame By Frame!), waarbij de boomlange Carey zijn status als een van de beste rockdrummers ter wereld onderstreept en Levin als vanouds imponeert op de Chapman Stick. Op zijn beurt baart ook Belew opzien: als zanger klinkt hij nog vrijwel hetzelfde als op die platen uit de vroege jaren tachtig. De gesproken passages in het claustrofobisch aandoende Indiscipline komen vanavond ook veel beter uit de verf dan toen ‘het echte’ King Crimson – zonder Belew – dat stuk in juli 2018 speelde tijdens een verder magistraal optreden in het Concertgebouw. En de gecontroleerde chaos in de instrumentale delen van dat nummer zijn al even bloedstollend als toen in Amsterdam bij Fripp en co. Zoals Belew aan het einde van het nummer brult: ‘I like it!’
Freaky en dansbaar
Elephant Talk is nog zo’n song die alleen met het eigenzinnige stemgeluid van Belew kan werken: hij spuwt de slimme alliteraties uit de songtekst op alle mogelijke manieren in de microfoon en imiteert het geluid van een olifant met zijn gitaar, terwijl Levin en Carey het op een freaky manier dansbare ritme stoïcijns in stand houden. Tegen het einde van de show betuigt Belew zijn respect voor Robert Fripp en Bill Bruford, en kondigt hij ‘a song from their other band’ aan. Daarmee wijkt BEAT vanavond eenmalig af van het concept achter dit project: de band zet de instrumentale titelsong van het album Red in, die Crimson-fans Vai en Carey overduidelijk met evenveel liefde spelen als het werk uit de jaren tachtig.
Dat spelplezier zie je gedurende de avond bij alle leden terug: sporadisch werpen ze elkaar een tevreden glimlach toe. Belew benoemt de goede sfeer in de zaal en het is bijna zonde dat de – overigens ook niet misselijke – concertregistratie Neon Heat Disease (2025) niet hier in Tilburg werd opgenomen. Zeker als je vooraan een aantal mensen ziet meespringen op Thela Hun Ginjeet (een met deze temperaturen wel heel toepasselijk anagram voor Heat In The Jungle) alsof het een carnavalskraker betreft. Bovenal valt op, meer nog dan op die live-cd/blu-ray, hoe schijnbaar moeiteloos het uitvoeren van dit toch behoorlijk veeleisende materiaal deze vier heren afgaat. Er gebeurt zoveel op het podium dat je deze show het liefst vier keer zou willen beleven, zodat je bij elke ervaring je ogen op één specifiek bandlid zou kunnen richten. Om elke keer weer je hoofd te schudden in puur ongeloof.
BEAT in 013, Tilburg
Gezien op woensdag 24 juni 2026
Foto’s door Robin Looy
















1 Reactie
Ik was er gisteren maar ook 15 mei 1981 in Paradiso. Ik vond het geweldig maar het geluid was niet altijd even goed voor de muziek die inderdaag virtuoos was. Ook het plezier tussen de muzikanten onderling was mooi om te zien. Behalve als er iemand voor je komt staan van 2.15 meter die is vegeten om deodorant op te doen.