Down The Rabbit Hole 2026 (festivalverslag)

  • Down-The-Rabbit-Hole-Berninger
  • Down-The-Rabbit-Hole-2026

Kopstukken van Talking Heads, The Smiths en The National op het affiche, de Nederrock-legendes van Claw Boys Claw die afscheid nemen (of toch niet?) en een imposante afsluiter in de vorm van Florence + The Machine. Redenen genoeg voor Lust For Life om dit jaar weer naar de Groene Heuvels bij Ewijk af te reizen voor de elfde editie van Down The Rabbit Hole. Het werd een weekend vol grootheden die boven zichzelf uitstegen en waardevolle ontdekkingen, maar ook – vooral op zondag – aangrijpende statements en een enkele regenbui, die desondanks ‘a Sunday smile’ bepaald niet in de weg stond.

Leek de programmering van Down The Rabbit Hole tijdens de eerste drie edities (2014 t/m 2016) nog vooral gericht op (indie)rock, sindsdien prijken er steeds vaker dance- en hedendaagse pop-acts op het affiche. Die diversiteit is inmiddels dan ook een van de charmes van het festival, naast natuurlijk de geweldige sfeer en dito randprogrammering. Dit jaar had de vrijdag zelfs bijzonder weinig te bieden voor de liefhebber van de betere gitaarmuziek; tussen optredens van o.a. het elektronicaduo Empire Of The Sun en rapper Little Simz behoorde De Staat tot de weinige namen die helemaal bij de doelgroep van Lust For Life Magazine past. Op zich niets mis mee, maar ons verslag beperkt zich ditmaal tot de zaterdag en de zondag, die als vanouds wat meer in het teken stonden van rock. Uiteraard zonder de nodige muzikale diversiteit uit het oog te verliezen.

Zaterdag

Neem Folk Bitch Trio, dat vorig jaar debuteerde met het album Now Would Be A Good Time. Om deze groep te formeren was een appje met de toekomstige bandnaam genoeg. Gisteren stonden ze nog op Roskilde, nu hier en openen ze de zaterdag. Die bandnaam lijkt een beetje overdreven voor deze vriendelijke dames in het zwart met soms twee, soms drie en soms een enkele gitaar. De melodieuze folk past goed bij de zonovergoten ochtend en een songtitel als God’s A Different Sword roept nieuwsgierigheid op. Terecht.

Relaxte seventies-soul

Bij Thee Sacred Souls staat het hele podium vol: elf, twaalf man/vrouw. De drie blazers verdwijnen af en toe naar achteren. Zanger Josh Lane – die de set opdraagt aan zijn doodgeschoten neef – heeft een stem die aan Marvin Gaye doet denken en de band heeft een typisch jarenzeventig-soul vibe, zeer relaxed. Een oproep tot een sing-along vindt geen respons, misschien meer iets voor later op de avond. Dat betekent niet dat het publiek niet enthousiast is: het kost moeite iemand te vinden die stil blijft staan. Thee Sacred Souls begon als liveband en dat merk je: als er een dak was geweest, dan was dat eraf gegaan.

Thee Sacred Souls (foto: Anne-Marie Kok)

Een van de leuke dingen van zo’n festival is dat je kunt ronddwalen en ontdekkingen doet. Dan sta je onverwacht bij Ronda da Holanda: zonnige Latijnse klanken gespeeld op een patio met overdekte balkons erboven. Alsof je in een aflevering van Zorro beland bent, maar dan in kleur. En dat terwijl we op weg waren naar All Them Witches. Neo-psychedelische bluesrock – denk Allman Brothers, Led Zeppelin en Grateful Dead. Het openingsnummer doet sterk aan Paranoid denken. Anders dan Ozzy staat de band onbewogen en stoïcijns op het podium en dat terwijl het publiek steeds meer begint te bewegen, vooral met het hoofd. Saai wordt het nooit, de muziek is levendig genoeg. Vandaag is de laatste show van een lange tour, daarna mag de band terug naar Nashville.

Olifant in de kamer

Johnny Marr betreedt het podium onder de klanken van sirenes. Hij is van 1963, maar in zijn strakke pak en later zijn witte shirt lijkt hij leeftijdloos. De olifant in de kamer is natuurlijk de band waarin Marr ooit zat (en het M-woord moeten we maar helemaal vergeten), misschien is het daarom pijnlijk dat juist bij het derde nummer, This Charming Man, het luidste gejuich opklinkt. Alsof dat nog niet erg genoeg is, blijven we dat krijgen bij iedere song die oorspronkelijk van The Smiths is. En eerlijk is eerlijk: zijn eigen werk is goed, maar een beetje degelijk. The Passenger, van Iggy Pop, werd al door velen gecoverd en Marr doet dat heel verdienstelijk. Een optreden waar niets mis mee is, maar echt opwinden doet het niet.

Een makkelijk bruggetje naar The Last Dinner Party, want daar is opwinding alom. Een groot deel van het publiek heeft hierop gewacht en dringt zich naar voren. Zangeres Abigail Morris zegt ‘dankjewel’ als ze iedereen aan het dansen heeft gekregen. Art-barok-pop, met invloeden van Roxy Music en Marc Bolan, maar zeker ook met een scherp randje à la Patti Smith. (En nee, als een vrouw zingt, lijkt het niet meteen op Kate Bush…) Nothing Matters veroorzaakt een kolkende climax.

Verzet

En als we het toch over hoogtepunten hebben: David Byrne. Solomateriaal en veel songs van Talking Heads. Ben je een kniesoor als je Tina en Chris mist? Je krijgt er niet eens de tijd voor: een grote band aangevuld met dansers, allemaal in oranje overall en allemaal rondlopend. Dit voor een haarscherpe videowall zodat het ene moment het lijkt alsof men in een bos staat, even later wordt Slippery People uitgevoerd voor een woeste zee. Al dat geloop en gespring doet niets af aan het geluid. Hoe kan dat? Byrne roept ons op lief te zijn tegen elkaar, als vorm van verzet in deze tijden. En zo geeft deze show ons alles tegelijk: muzikaal, visueel en filosofisch. We staan er met grote ogen naar te kijken. [PD]

Zondag

Je voelt je als recensent bijna schuldig als je alleen de laatste dag van dit festival komt verslaan: relatief fit en uitgerust loop je het terrein op, terwijl om je heen de andere bezoekers met een houten kop de tent uit kruipen en zich moeizaam richting de douches dan wel toiletten bewegen. Zij hebben echter wel twee – ongetwijfeld – fabelachtige nachten achter de rug, want Down The Rabbit Hole dankt de snel toegenomen populariteit ook aan de feesten in de late uurtjes. Enfin, dat alles hebben we de afgelopen jaren al veelvuldig geconstateerd en beschreven, voor zover je de nachtelijke sfeer op het terrein in woorden kunt vatten natuurlijk.

Energieboost

Uit ervaring weten uw recensenten maar al te goed dat zo’n laatste festivaldag kan voelen als een regelrechte uitputtingsslag en dat een flinke energieboost rond het middaguur meer dan welkom is. Gelukkig blijkt Kin’Gongolo Kiniata wat dat betreft precies de juiste band op het juiste moment. Bewapend met een ongewoon instrumentarium waar Tom Waits in de jaren tachtig jaloers op was geweest (o.a. gemaakt van plastic flessen) en aangevuld met niet al te overheersende elektronica zet deze Congolese formatie de Teddy Widder al vroeg op z’n kop. Het spelplezier is aanstekelijk in de meer door percussie gedreven songs van het puike album Kiniata (2025), maar het vijftal ontroert ook tijdens een a capella gezongen rustmoment. Terecht dus dat de zichzelf wakker dansende festivalgangers Kin’Gongolo Kiniata belonen met eenzelfde onthaal als bij de bekendere artiesten die later vandaag dit podium betreden. [DvdG]

‘Force to be reckoned with’

Naaz bewijst dat ze haar plek op de main stage meer dan verdient: de Koerdisch-Nederlandse zangeres verzorgt een politiek geladen show die alle kanten op vliegt – en dat is precies wat haar zo getalenteerd en innemend maakt. Haar set is doorvlochten met introspectie, bijvoorbeeld met het nummer Everything I Am en een ode aan neurodivergente mensen (mensen met ADHD bijvoorbeeld, of, zoals zijzelf, autisme), en tegelijkertijd een confronterende maar liefdevolle blik op de buitenwereld. Want terwijl nummers van haar nieuwe plaat The Sky Knows I Exist bloedmooi worden uitgevoerd, is het hoogtepunt Azadî uit 2022, een nummer dat ze destijds herschreef naar aanleiding van de moord op Jina Mahsa Amini door het Iraanse regime, die de revolutionaire beweging Woman, Life, Freedom ontketende. Vandaag geeft ze tijdens Azadî letterlijk en figuurlijk het podium aan asielzoekers. Haar prachtige stem, haar empathie en de warmte die ze uitstraalt: Naaz is een ‘force to be reckoned with’. [EvdV]

Naaz (foto: Anne-Marie Kok)

Het siert Down The Rabbit Hole dat de programmering weer bovengemiddeld divers is. Zagen we eerder op de dag dus een Congolese band de Teddy Widder platspelen, even later vult de Fuzzy Lop zich met de Anatolische psychedelische klanken van Derya Yıldırım & Grup Şimşek. Ook hier volle bak, maar wanneer de in Duitsland geboren multi-instrumentalist uit de bandnaam het publiek toespreekt en een toch bepaald niet obligaat praatje over ‘resistance’ houdt, blijkt het helaas erg rumoerig in de tent en lijken veel bezoekers hier vooral te staan om even te kunnen schuilen voor de regen. Neemt niet weg dat Yıldırım en co. meeslepende songs als Direne Direne met verve uitvoeren en niet onderdoen voor (min of meer) genre-genoten Altın Gün, die in het verleden ook al schitterden op Down The Rabbit Hole. [DvdG]

Groepsdans

“Bringing a ukelele to a festival is like bringing a knife to a gunfight”, grapt Beirut-roerganger Zach Condon tegen het einde van zijn set op het hoofdpodium. Toch komt de zanger/songwriter heelhuids uit de strijd en weet hij zelfs een groot aantal toehoorders aan het groepsdansen te krijgen, zoals we een dag eerder ook al zagen bij het optreden van David Byrne. Condon lijkt er zelf ook verrast door te zijn en zegt niet te weten of hij het linedancing of squaredancing moet noemen, maar leuk vindt ’ie het wel. Beirut-klassiekers als het prachtig golvende Postcards From Italy en natuurlijk Nantes krijgen de gepassioneerde uitvoeringen die ze verdienen, een lied als So Many Plans bewijst dat Condon in recentere jaren niets van zijn songwritingtalent verloor. En een passendere soundtrack voor deze nu al niet kapot te krijgen zondagmiddag dan het kenmerkend lome A Sunday Smile is natuurlijk niet denkbaar. [DvdG]

Afscheidsshow?

Ruim veertig jaar hadden ze er geen last van, moppert Claw Boys Claw-frontman Peter te Bos, en nu beginnen mensen ‘op de valreep’ opeens mee te klappen met de muziek van zijn band. “Dat doe je bij Marco Borsato, met alle respect.” Zoals bekend kondigden de Nederrock-legendes vorig jaar aan te stoppen met optreden en volgens Te Bos zijn we vandaag getuige van ‘het laatste optreden’ – al voegt hij daar snel ‘voorlopig’ aan toe.

Hoewel geplaagd door enkele technische mankementen, onderstreept de set dat het besluit om te stoppen in ieder geval niets te maken heeft met aftakeling of een gebrek aan inspiratie. Integendeel: de gitaren priemen als vanouds, de band speelt met een opvallend jeugdige energie en recentere songs als I’ll Be Watching You blijven prima overeind naast een onvermijdelijke klassieker als Rosie, waarbij uiteraard overal in de tent de mobieltjes de lucht in gaan om het moment vast te leggen. Bovendien speelt Claw Boys Claw het nummer Locomotive Breath van collega-rockveteranen Jethro Tull beter dan die band tegenwoordig nog zou kunnen. Ja, als de Britse groep rond Ian Anderson nog mag blijven toeren als een schim van de Tull uit de glorietijden, dan mag Claw Boys Claw zéker nog een paar jaartjes aan dit afscheid vastplakken. [DvdG]

‘Fuck Trump super hard’

Matt Berninger doopt de Teddy Widder om tot een warm bad vol nostalgie. Bijzonder wanneer iemand tegelijkertijd een oude brombeer is, woorden weet te geven aan depressie én duidelijk lekker in z’n vel zit. Want zo goed als vandaag was ‘ie zelden. Tijdens een gevarieerde set vol uitstekend solowerk (No Love, One More Second), een mondharmonicasolo en veel droge humor, is de liefde tussen Berninger en zijn fans bijna tastbaar. Helemaal wanneer Beirut zijn band bijstaat tijdens Terrible Love en hij zoals vanouds het publiek inklimt, voorafgaand aan een andere The National-song, The Slow Show, die zo prachtig wordt uitgevoerd dat ondergetekende het niet droog houdt. Maar met statements als ‘fuck Trump super hard’ en ‘Free Palestine’ (dat op het keyboard staat) drukken Berninger en de zijnen ook een politieke stempel op het festival. [EvdV]

Florence + The Machine (foto: Bart Heemskerk)

Eén ding is duidelijk: punk leeft vandaag op DTRH en dat komt niet alleen door dit soort statements. Zo zet het uit Wales afkomstige Panic Shack de Fuzzy Lop op stelten met aanstekelijke indiepunkrock terwijl de grootste Florence-fans zich alvast richting Hotot haasten voor een mooi plekje bij de ultieme festivalafsluiter. Want wat een spektakel is Florence + The Machine! Niet vanwege grootse special effects of al te veel choreografie – hoewel de danseressen echt wel toegevoegde waarde hebben – maar juist doordat Florence Welch meer dan ooit uitstraalt wat haar muziek belichaamt. Dat is namelijk een mix van zelfvertrouwen, kosmische verbondenheid en vrouwelijkheid. Na Spectrum draagt ze het publiek op om een ‘offering’ te doen, wat betekent dat veel mensen de lucht in gaan, gedragen door de schouders van degene onder zich.

Mystieke bosheks

Natuurlijk kunnen het populaire Dog Days Are Over en Candi Staton-cover You Got The Love op veel enthousiasme rekenen, maar stiekem zijn het de trage, duistere songs die de show dragen (denk aan Which Witch en One Of The Greats) en Florence transformeren in een soort mystieke bosheks die de hele festivalweide betovert. Of, nou ja: behalve iets te veel mensen die het lef hebben achterin te gaan staan ouwehoeren, maar toegegeven, het geluid is daar een stuk minder dan vooraan, wat overigens niets te maken heeft met de act zelf. En om dan ook maar even activistisch af te sluiten: wat blijven King en What Kind Of Man toch fantastische nummers die op complexe manieren het patriarchaat uitdagen en bevragen. [EvdV]

Down The Rabbit Hole
Gezien op 3, 4 en 5 juli 2026
Tekst door Peter Douma (zaterdag), Dominique van der Geld en Elysa van der Ven (zondag)
Foto Florence + The Machine door Bart Heemskerk. Alle andere foto’s door Anne-Marie Kok

0 Reacties

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *