Emmylou Harris in Concertgebouw Amsterdam (live-recensie)

  • Emmylou-Harris

Emmylou Harris opende het laatste van haar vier Nederlandse afscheidsconcerten zondagavond in het Amsterdamse Concertgebouw in duet met Jim Lauderdale, die al een keurig voorprogramma had verzorgd. Ze zongen Love Hurts, de Everly Brothers-klassieker die in feite in 1974 de katalysator was van Harris’ zangcarrière.

Goed, vocaal-technisch was het bepaald niet het hoogtepunt van de avond. De Amerikaanse heeft inmiddels de gezegende – gezien haar liefde voor gospelrepertoire mag die term hier wel gebruikt worden – leeftijd van 79 jaar bereikt en dat heeft ook op haar stembanden wat sporen nagelaten. Maar hoewel ze in 1973 al op het album GP van countryrockpionier Gram Parsons had meegezongen, was het de opvolger Grievous Angel die in 1974 door de VPRO tot album van het jaar werd gekozen, die haar naam onder muziekliefhebbers deed gonzen. Vooral het hartverscheurende duet Love Hurts vond z’n weg naar de zendtijd van de in muzikaal opzicht wat alternatievere omroepen.

En dus bezingt Emmylou samen met de tien jaar jongere Lauderdale nog een keer dat door merg en been gaande liefdesverdriet: ‘I’m young, I know/But even so, I know a thing or two.’ Het kan niet anders of menigeen in het Concertgebouw moet weer het beeld voor ogen gekregen hebben van de hoesfoto’s op haar vroegste albums, Pieces Of The Sky, Elite Hotel en Luxury Liner. Emmylou, oogverblindend en oorvervoerend. En laat bijna de helft van het gespeelde repertoire deze avond nu ook afkomstig zijn van dit drietal albums.

De laatste keer

Emmylou Harris heeft door de jaren heen met grote regelmaat in ons land opgetreden. Daar waren zonder meer concerten bij die stem- en muzikaaltechnisch beter waren dan dit afscheid. Maar juist omdat ze afscheid nam van haar Europese publiek waren deze concerten emotioneel en beladen. De laatste keer – al wil ze in Amerika nog wel blijven optreden. Daarbij komt dat ze ditmaal geen nieuwe plaat heeft te verkopen waarvan dan ‘verplicht’ een aantal nummers moet worden gespeeld. Dus kan ze in Amsterdam putten uit haar eigen favorieten – en de liedjes waarvan ze weet dat het de favorieten van haar publiek zijn.

En dan blijkt ze toch vooral uit te komen bij haar repertoire uit de jaren zeventig en vroege jaren tachtig. De tijd dat ze, na door Gram Parsons ‘ontdekt’ te zijn, vanwege haar kristalheldere stemgeluid al snel gevraagd wordt om op platen mee te zingen van Bob Dylan (Desire), Neil Young (American Stars ’N Bars, Homegrown) en artiesten als Little Feat, Bonnie Raitt en Johnny Cash. Totdat ze niet veel later zelf tot een grande dame is uitgegroeid, zoals dat zo mooi heet. Ze schrijft ook liedjes, zo nu en dan. Maar haar grote kracht ligt toch in de wijze waarop ze als vrouw door mannen geschreven – en gezongen – songs interpreteert.

Warmdraaien

Maar goed, hoe symbolisch en essentieel dat openingsduet Love Hurts in Amsterdam ook is, het hapert toch een beetje. Emmylou komt vocaal traag op gang. Pas met het vijfde nummer, Making Believe van het album Luxury Liner, lijkt ze lekker warmgedraaid. Dan komt ook de groep op stoom met het oude Carter Family-nummer Hello Stranger en de Townes Van Zandt-klassieker Pancho And Lefty, beide van diezelfde plaat, en George Jones’ One Of These Days van Elite Hotel. Stuk voor stuk songs uit Harris’ beginperiode, die haar in country en bluegrass gepokt en gemazelde begeleidingsband ook het beste lijken te liggen.

Halerwege de concerten van Emmylou Harris is het steevast tijd voor een gospelblokje. Ditmaal wordt in een liedje van Bill Monroe onder meer Johannes de Doper bejubeld. Daar moet je als publiek van houden. Maar het lijkt wel tot gevolg te hebben dat Onze-Lieve-Heer de stembanden van de zangeres nog een extra zegening toebedeelt, want gedurende de tweede helft van het concert krijgt ze vocaal steeds meer glans.

Heerlijk gevoel voor groove

Harris wordt bij haar concerten trouwens al vele jaren begeleid door het kwartet Red Dirt Boys – zij waren er in 2011 in Carré ook al bij – ditmaal aangevuld met mandoline- en fiddlespeler Eamon McLoughlin. En het is met name deze McLoughlin die samen met  gitarist Will Kimbrough keer op keer zorgt voor de meest waanzinnige duet-solo’s. Daarbij hebben de Red Dirt Boys een heerlijk gevoel voor groove, dat zich laat vergelijken met de band waarmee Dylan nu alweer decennia op tour is.

De finale opent met het door Harris zelf geschreven The Road, afkomstig van haar album Hard Bargain, dat ze solo brengt, zichzelf begeleidend op akoestische gitaar, en waarin ze herinneringen ophaalt aan haar tijd met Gram Parsons. Dat wordt veelzeggend gevolgd door Goodbye van Steve Earle. Om vervolgens weer terug te keren bij Parsons met diens songs Wheels en Luxury Liner en het ‘requiem’ dat ze zelf in 1975 voor hem schreef, Boulder To Birmingham.

Waardig afscheid

Daarna sluit ze het optreden af met Long May You Run, een liedje dat Neil Young voor zijn auto schreef, maar zich moeiteloos door iedereen op een persoonlijke wijze laat interpreteren. En bij de onvermijdelijke toegift kan er nog even gedanst worden op (You Never Can Tell) C’est La Vie van Chuck Berry. Een nummer dat – zo herinner ik mij – in de jaren zeventig door Harris werd aangekondigd als ‘a song by the greatest American poet that ever lived’.

Een waardig en waarschijnlijk ook wel verstandig afscheid. Veel muzikanten missen het lef om te durven stoppen voordat het verval hoorbaar inzet. En ik heb het al eerder geschreven, maar ook dit concert onderstreepte het weer: Gram Parsons is altijd de maat der dingen geweest en gebleven in het ruim een halve eeuw omvattende artistieke universum van Emmylou Harris.

Emmylou Harris in Concertgebouw, Amsterdam
Gezien op zondag 24 mei 2026
Foto’s door Ans van Heck

0 Reacties

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *