In memoriam: Chris Bailey (1957–2022)

the-saints-chris-bailey

Soms vraagt het leven om simpele zekerheden – ook in de muziek. Engeland had halverwege de jaren zeventig Sex Pistols, Amerika de Ramones en Australië had The Saints, met zanger Chris Bailey. Drie groepen die ieder in hun deel van de wereld het vlaggenschip waren van de opwindendste rockgolf die de gezapige muziekroutine van het decennium overspoelde: de punk! 

Nou, daar dacht de afgelopen weekend overleden Saints-zanger Chris Bailey (helemaal rechts op de bandfoto hierboven) wel even anders over. Als de groep uit Brisbane – zo’n 900 km ten noorden van Sydney – najaar 1976 de dampende en zelfgeschreven debuutsingle (I’m) Stranded uitbrengt, wordt die aan de andere kant van de wereld, in Engeland, door het muziekblad Sounds onthaald met de woorden ‘single of this and every week’. Punk is op dat moment het gonzende modewoord. Ook The Saints ontkomt er niet aan.

“Dat punk-etiket dat we destijds opgeplakt kregen was twee weken handig”, blikt Bailey in 1998 in een interview terug. “Het haalde ons weg uit die Britse kolonie die Australië heet en bezorgde ons een contract bij EMI. Daarna werd het een molensteen om onze nek. Er heeft altijd een ‘trash’-element in onze muziek gezeten. Maar dat noem ik gewoon rock & roll.”

Als in 1974 The Saints ontstaat vanuit de groep Kid Galahad And The Eternals – die vrijwel dezelfde bezetting kent – zijn de sixties nog dichterbij dan de new wave-jaren tachtig. The Saints speelt soul- en garagerockcovers. En het twintig jaar later verschenen, verbijsterend gammel klinkende album The Most Primitive Band In The World (Live From The Twilight Zone, Brisbane 1974) laat horen dat de band (I’m) Stranded dan reeds op het repertoire heeft. De Saints-klassieker waarvan Bailey later zal zeggen, tegen wie het maar horen wil, dat het nooit zijn favoriete nummer is geweest.

Hun tijd vooruit

Met het EMI-contract op zak doet The Saints – en vooral Chris Bailey – wat de band het liefste doet: ruige soul spelen. Met het derde album Prehistoric Sounds, dat eind 1978 verschijnt en waarop nadrukkelijk een blazerssectie te horen is, zijn de muzikanten hun tijd ver vooruit. “Je mag Otis Redding de schuld geven”, zal Bailey veertig jaar later zeggen. “Soulmuziek was van begin af aan een van de inspiraties voor ons.”

Het grootste deel van de wereld moet nog steeds wennen aan het woord punk – en aan de muziek zelf nog méér – maar The Saints is het genre alweer gepasseerd. EMI vindt Prehistoric Sounds maar nodeloze nieuwlichterij en verbreekt het contract. Dat zet ook de spanningsboog tussen de twee songschrijvers Chris Bailey en Ed Kuepper op scherp. Laatstgenoemde gaat terug naar Australië.

Chris Bailey blijft in Europa, vormt een nieuwe Saints om zich heen en vindt artistiek onderdak bij het Parijse platenlabel New Rose. Nu, zonder Ed Kuepper als tweede kapitein op het schip, kan hij zich nog meer profileren. Enerzijds de rock- en soulzanger die de wereld reeds kende. En tegelijk manifesteert zich de ‘folkie’ Bailey. In 1984 verschijnt de lp What We Did On Our Holidays waarop hij, zichzelf begeleidend met een enkele gitaar, de blues Walk On van Sonny Terry en Brownie McGhee laat horen, naast Sam Cooke’s Bring It On Home, Amsterdam van Brel en zijn zelfgeschreven Ghost Ships.

Juridische clash

Het zijn platen waarop de Australiër zijn kwaliteiten als zanger en songschrijver ten volle etaleert, maar veel nieuwe fans wint hij er nog niet mee. Dat gebeurt pas in 1986 als hij tekent bij Polydor en het album All Fools Day (met de single Just Like Fire Would) volop aandacht krijgt in de Verenigde Staten. De plaat, waarop Bailey’s Ierse wortels duidelijk hoorbaar zijn en waarop de punk het definitief heeft afgelegd tegen de folk, zorgt er ook voor dat The Saints weer eens uitgebreid de wereld rondtoert en daarbij ook Nederland aandoet.

Het volgende Saints-album The Prodigal Son uit 1988 – Nick Cave zal twee jaar later met The Good Son komen! – zet het succes van All Fools Day niet voort. Dat heeft minder te maken met de kwaliteit van de muziek dan met een juridische clash tussen twee Amerikaanse platenmaatschappijen die elkaar het recht betwisten om Saints-platen uit te brengen. Chris Bailey is buiten zijn schuld aan handen en voeten gebonden en mag de naam van zijn eigen band niet meer voor nieuwe albums gebruiken. Het is inmiddels begin jaren negentig. De Australiër heeft de liefde gevonden in Zweden en vestigt zich daar. Voorlopig kan hij alleen muziek uitbrengen onder zijn eigen naam. Het levert de albums Demons, Savage Entertainment en 54 Days At Sea op, waarop hij weer meer ‘folk’ klinkt, maar dan wel gedrenkt in ‘decadente strijkerspartijen’ en waarop hij zichzelf etaleert als romantische literatuurliefhebber, licht dwepend met Lord Byron, Shelley en soms Poe.

Anti-MTV

In 1996 is de groepsnaam The Saints weer terug bij de man die het toebehoort. Het eerste tast- en hoorbare resultaat is het album Howling, zijn meest rauwe en ruige plaat sinds de vroege jaren tachtig. “We hebben het snel en zonder poespas opgenomen”, zegt Bailey dat najaar in een interview. “De meeste zangpartijen zijn er zelfs in één take opgezet. Gewoon lo-fi. Ik wilde een anti-MTV-album maken. Anti-Nike en anti-CocaCola. Ik heb meer geschreeuwd op deze plaat en geloof mij, ik heb ervan genoten. De muziek die je tegenwoordig op MTV ziet is zo glad. Zelfs hardcore hangt van clichés aan elkaar. En waar clichés heersen, daar ontbreekt de diepgang.”

Het is het jaar dat Chris Bailey met zijn vrouw van Zweden naar Nederland verhuist, naar Haarlem om precies te zijn. Dichtbij Schiphol. Dichtbij Parijs, waar het Last Call-label huist waar hij dan nog altijd goede banden mee onderhoudt. Er wordt weer getoerd: Frankrijk, Spanje, Duitsland. En met enige regelmaat Australië, waar hij weinig minder dan een legende is. In de daaropvolgende vijftien jaar verschijnen nog vijf studioalbums die stuk voor stuk de moeite waard zijn, maar geen van alle naar de toppen van de hitlijsten klimmen. Zeker in Nederland niet, waar Bailey min of meer incognito in Haarlem zijn alledaagse leven leidt, fietsend door de duinen, zittend op terrassen.

Gecoverd door Bruce

Zo nu en dan komt hij in artistiek opzicht weer in het nieuws. In 2002, als Nick Cave hem uitnodigt voor het duet Bring It On, dat ook op het album Nocturama van Cave en zijn Bad Seeds terechtkomt en voorzien is van een geweldige videoclip. Generatiegenoot Cave was als tiener reeds een fan van Bailey en weet dat niemand in de rock zo mooi ‘Come on! Come on!’ kan zingen. Bailey laat dat in vrijwel ieder nummer van het debuutalbum van The Saints op indrukwekkende wijze horen. In 2002 gaat The Saints ook als voorprogramma met Nick Cave & The Bad Seeds mee op tour: iedere avond Bring It On als duet live! En dan ruim tien jaar later: Bruce Springsteen covert Bailey’s Just Like Fire Would op zijn album High Hopes en zingt het iedere avond tijdens zijn Australische tour.

Na het verschijnen van het laatste echte studioalbum van The Saints, King Of The Sun (2012), gaat de groep in de zoveelste bezetting wederom op tournee en doet ook Australië aan. Ondertussen is er een handvol verzoeningspogingen geweest tussen Bailey en Kuepper. In 2007 en 2010 spelen de twee weer een aantal concerten in Australië. Aanzetten om ook tot nieuw plaatmateriaal te komen, lopen op niets uit.

Scherpzinnige gesprekspartner

Vanaf 2018 trekt Chris Bailey zich steeds meer terug. Hij kwakkelt met zijn gezondheid. Tot uiteindelijk in april 2022 zijn hart niet verder wil. Hij was geen rockster in de klassieke zin van het woord. Daar had hij ook niets mee. Hij was wèl een van de meest geweldige zangers die de rockmuziek de afgelopen halve eeuw gekend heeft. Een erudiet songschrijver en een scherpzinnig gesprekspartner met een innemend gevoel voor humor, die er nooit voor terugdeinsde om Joyce of Hemingway te parafraseren.

Tijdens een gesprek, halverwege de jaren negentig, ging het over zijn generatie. Chris Bailey was van 1957. Iets te jong om de jaren zestig ten volle mee te beleven, maar hij had er genoeg van meegekregen om zich niet thuis te voelen bij de ‘ikke-ikke-ikke’-generatie van de jaren tachtig. Ja, de eeuwige dwarsliggers en idealisten, daar heeft hij wel wat mee. “En het is natuurlijk niet toevallig dat juist voor die generatie muzikanten commercie nooit een vanzelfsprekendheid is geweest…”

In 2014 werd Chris Bailey door Lust For Life geïnterviewd voor een coverstory over Bruce Springsteen. Deze editie is hier na te bestellen.

2 Reacties

  1. Paul 12 april 2022 Reageer

    Mooi artikel Peter!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.