Sam Fender: ‘Ik ben een rip-off van Bruce Springsteen’

Sam Fenders carrière is pas net begonnen, maar de jonge indierocker wordt nu al gezien als de nieuwe Bruce Springsteen. Lust For Life neemt het jaar 2019 met hem door, van het winnen van de Critics’ Choice Award tot het openen voor Bob Dylan en Neil Young.

Het jaar begon met de aankondiging van je tot dan toe grootste tour door het Verenigd Koninkrijk en Europa, die later volledig werd uitverkocht. En in februari won je de Critics’ Choice Award bij de BRIT Awards, een prijs eerder gewonnen door artiesten als Adele en Florence And The Machine. Heeft deze winst het jaar een kickstart gegeven?
“Ik wen er nog steeds niet aan dat ik shows uitverkoop. Inmiddels staat er een nog grotere tour op de planning voor 2020. Het winnen van de Critics’ Choice Award heeft alles versterkt. Duizend procent zeker ja! Ik dacht eerst dat Lewis Capaldi zou winnen, maar toen won ik…”

Je ontmoette Sting in maart, toen hij naar een van je shows ging. Hoe was het om hem in het echt te zien?
“Het was onwerkelijk. We speelden een show in Toronto, een plek waar ik nog nooit eerder ben geweest, en achterin de zaal kwam Sting opeens tevoorschijn. Ik stond op het podium gitaar te spelen en zei: ‘Is dat fucking Sting?’. Hij stond te dansen en kwam na de show naar me toe om me een dikke knuffel te geven. Hij zei: ‘Ik ben ontzettend trots op je’. Waarop ik zei: ‘Sting, ik ben ontzettend trots op jóu’. Dat was het enige wat ik op dat moment kon bedenken, want ik was ontzettend nerveus. Hij is tenslotte een held!”

En een paar maanden later, op 12 juli, mocht je een show van Bob Dylan en Neil Young in Hyde Park, Londen openen. Hoe is het om voor zulke grote artiesten te mogen spelen?
“Toen ik het voor het eerste hoorde, was ik aan het trillen. Het was krankzinnig! Ik heb Dylan en Young niet ontmoet ofzo, maar ik ben ontzettend blij dat het is gebeurd. Alles wat ik dit jaar heb meegemaakt ging mijn verwachtingen te boven. Ik heb zelfs thee gedronken met Elton John! Het is moeilijk om alles te verwerken.”

In augustus ontmoette je Stevie Van Zandt, voornamelijk bekend als gitarist van Bruce Springsteens E Street Band. Je hebt zelfs met hem gespeeld.
“Ja, klopt! Stevie [Van Zandt] is echt een legende. Hij en zijn vrouw kwamen naar mijn show in New York en zij zijn beiden echt geweldige mensen. Ik ben recent ook begonnen aan de serie The Sopranos, waarin hij meespeelt. Het is heel gek om hem op tv te zien en daarna in het echt.”

Inmiddels zijn we in september aanbeland. De maand waarin je debuutalbum uitkwam, waarmee je op nummer 1 in de hitlijsten kwam te staan. Je muziek wordt vaak vergeleken met die van The Boss. Wat vind je van de vergelijkingen?
“Ik vind de vergelijkingen niet erg, want het is natuurlijk een groot compliment, maar wanneer mensen zeggen dat ik de volgende Springsteen ben, vind ik dat gek. Hij is een god en daar kom ik echt niet bij in de buurt. Maar ik snap het wel; ik ben eigenlijk een rip-off!”

Welke andere artiesten beïnvloeden jouw sound?
“Iedereen van The War On Drugs tot Pinegrove tot Brook Benton. Ik luister ook heel veel naar Joni Mitchell. En een tijd geleden raakte ik geïnspireerd door een nummer van Warpaint genaamd Love Is To Die. Ik vond het ritme geweldig en speelde het op de gitaar; het heeft ervoor gezorgd dat ik Play God schreef.”

Waar laat je je daarnaast nog meer door inspireren wanneer je nummers schrijft?
“Over het algemeen gewoon mijn thuisstad [North Shields, red.]. Ik schrijf over normale mensen en de problemen in het leven in het noordoosten van Engeland. Ik baseer karakters op mensen die ik heb ontmoet en neem de verhalen over.”

Je schrijft vrij persoonlijke nummers, waaronder Dead Boys, dat gaat over zelfmoord onder mannen in Engeland. Hoe voelt het om zulke songs te zingen voor een groot publiek?
“Het is emotioneel, absoluut. Ik heb veel positieve reacties op het nummer gekregen. Mensen kwamen naar me toe of stuurden me berichten waarin ze me vertelden dat het hen door een moeilijke tijd heeft geholpen. Door Dead Boys raakte ik aan de praat met mensen. Ik ben trots op het nummer en op de mensen die zich uitspreken over zelfmoord. Dat is heel belangrijk.”

Momenteel ben je bezig met je tweede Europese tour van 2019 en werk je aan een tweede plaat. Maar als je nu terugblikt op het jaar, wat heeft jou uiteindelijk het meest verrast?
“Ik denk dat mijn grootste prestatie het uitverkopen van een arenatour in het Verenigd Koninkrijk voor volgend jaar is. Dat zijn twintigduizend mensen in Londen, twaalfduizend mensen in Newcastle… De aantallen worden groot!”

Eigenlijk had je afgelopen jaar ook een aantal festivalshows op de planning staan, maar helaas moest je daar een paar van afzeggen wegens ziekte. Maakt het je weleens bang dat je problemen hebt met je gezondheid?
“Ik vind het angstaanjagend, altijd. Maar ik denk dat het hoort bij het spel. Het leven van een artiest lijkt soms oprecht op dat van een atleet. Je moet voor jezelf zorgen, dus ik drink ook niet meer op tour, omdat ik heb geleerd dat dat niet kan. Geen bier meer voor mij tot kerst, haha!”

Een ingekorte versie van dit interview is gepubliceerd in Lust For Life 097.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.