Joan Baez in Koninklijk Theater Carré

De overlevenden van de jaren zestig gaan met pensioen. Na Art Garfunkel en voor Paul Simon deed nu de legendarische Joan Baez Amsterdam aan om afscheid te nemen. Een avond met een legende is altijd de moeite waard en er viel dan ook genoeg te genieten en nostalgisch te bespiegelen.

Fare Thee Well heet de laatste concertreeks van de ‘barefoot Madonna’, genoemd naar het nummer dat al in 1960 op haar debuutalbum stond en ook toepasselijk omdat het uitdrukt dat het de geëngageerde Baez (1941) vooral gaat om het welzijn van haar medemens. Wel een beetje een vreemd afscheid, als je bedenkt dat zij in februari 2019 nog een keer naar Amsterdam zal komen.

Baez opent de show met There But For Fortune, een nummer van Phil Ochs en een van haar eerste singles. Meteen daarna een andere, meer moderne cover: God Is God van Steve Earle. Tijdens beide nummers staat de zangeres alleen op het podium. Zwart shirt, zwarte broek, rode schoenen en het lange zwarte haar is intussen kort en grijs. Haar stem is meteen al zo krachtig als voorheen, maar wel een octaaf lager. Eigenlijk is dat wel zo aangenaam. Gebleven zijn de enorme trillers aan het einde van veel zinnen – alleen bij Baez heeft God soms vijf lettergrepen. Bij Farewell, Angelina krijgt ze gezelschap van haar zoon Gabriel op percussie en van de verbazingwekkende multi-instrumentalist Dirk Powell. Silver Blade (van het nieuwe album Whistle Down The Wind) maakt indruk, ook omdat het meer recente werk beter past bij haar nieuwe stem.

Veranderde tijden
Joan Baez was een van de vertegenwoordigers van de protestgeneratie, de vrijgevochten babyboomers. Wie in Carré om zich heen kijkt, ziet hoe ook hier de tijden veranderd zijn: rode brillen, jurken van Cora Kemperman, veel kleurige sjaaltjes. Net als ik probeer hier een conclusie uit te trekken (de hippies zijn een nieuwe elite geworden ofzo) en aantekeningen maak op mijn mobiel, meldt een heer, type PvdA-wethouder in provinciestad, nadrukkelijk dat zijn vrouw last van mijn schermpje heeft. “Dan gaat u maar naar een popconcert.” Woodstock is heel lang geleden…

Met It’s All Over Now, Baby Blue zingt iedereen graag mee. Deportee (Plane Wreck At Los Gatos) van Woody Guthrie zingt Baez vanavond voor een ‘Free Palestine’. Daarvoor klapt in Amsterdam slechts een deel van het publiek. Diamonds And Rust is een van de hoogtepunten van de avond. Ingetogen zingt ze over een oude liefde, waarschijnlijk Bob Dylan. Alles komt hier bij elkaar: zang, intimiteit, geschiedenis en poëzie (‘Speaking strictly for me/We both could have died then and there’). Another World is een ander hoogtepunt: het nummer van Antony And The Johnsons gaat bij Baez niet alleen over een betere wereld maar vooral ook over de naderende dood.

Me And Bobby McGee is een nostalgische meezinger, en inderdaad, The Times They Are A-Changin’. Als iemand nummers van Dylan mag zingen, dan is het wel Joan Baez. Toch mist de song bij haar (opgedragen aan de protesterende jeugd in Florida) die extra laag die de sarcastische Dylan wel kan bieden. The President Sang Amazing Grace is een prachtig recent nummer, over Obama en wapengeweld. Bij The House Of The Rising Sun raakt de energie bij Baez een beetje op. Als ze als toegift Imagine inzet, is mijn eerste gedachte: doe het niet, dat is van Lennon. Maar het werkt wel: Joan Baez heeft haar leven lang gewerkt aan een betere wereld, met beperkt resultaat en dat geeft het nummer in haar handen iets kwetsbaars en oprechts. Swing Low Sweet Chariot en The Boxer zijn vervolgens geschikte uitsmijters. In februari is er dus weer een afscheid.

Joan Baez in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam
Gezien op vrijdag 1 juni 2018
Foto’s: Ans van Heck

1 Reactie

  1. peter bruyn 2 juni 2018 Reageer

    Prima recensie. Maar gebruik de volgene keer gwoon een schrijfblokje. Dat licht niet op.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.