Rock Werchter 2019 – festivalverslag

Begin zomer en boven de 30 graden op Rock Werchter; trek alle festivalclichés maar uit de kast! De zon was zowel een zegen als een vloek op de 2019-editie van het grootste festival van België: onmogelijke zoektochten naar schaduw, rijen voor de watertappunten en bovenal veel petjes en zonnebrillen sierden de weide. Gelukkig verzachtte de muziek het brandend leed op de Vlaamse savanne, aangeboden in de vormen groot, groter, en grootst: met P!nk, Muse en Tool zag men op Werchter spektakel na spektakel.

Donderdag
Vooraf was er ophef over de donderdag van Rock Werchter: waren de andere drie dagen goed gevuld, viel deze openingsdag een beetje tegen. Spoedig voegde de organisatie nog enkele namen toe, en voila: een line-up die al dan niet in het teken staat van rockdiva P!nk, maar die naast elektronica ook met wat gitaarmuziek flirt. Zo wordt het startschot op het grote Werchterpodium gegeven door een band die vaak in P!nks voorprogramma staat: Bang Bang Romeo (Mainstage). In haar neongroene catsuit doen de presence én de stem van Anastasia Walker, frontvrouw van het drietal, het meeste denken aan die van Beth Ditto van Gossip. Vooral een krachtige rockuitvoering van What’s Up, origineel van de 4 Non Blondes, zet de toon.

Het lezen van de naam Richard Ashcroft (The Barn) op het affiche deed bij mij niet direct een belletje rinkelen. Stom, natuurlijk, want de goede man is niemand minder dan het boegbeeld van legendarische band The Verve. 2019 is een goed jaar voor The Verve: The Stones gaven Ashcroft, na vele jaren geen cent te hebben gezien van de hit, de rechten van Bitter Sweet Symphony terug. Dat deze te horen is als afsluiter zal niemand verbazen, maar ook ander werk van The Verve doet het goed, van opener Sonnet tot Drugs Don’t Work. Het solowerk moet het in grotere mate hebben van Ashcrofts muzikaliteit en improvisatietalent – maar gelukkig ontbreekt het hem daar niet aan, hoezeer zijn nonchalante Britse swagger en hippe jasje dat ook lijken te willen verbloemen.

Hippe Britten – maar dan een generatie jonger – zien we ook op het hoofdpodium. Hier laat Bastille (Mainstage) (u weet wel, van Pompeii, dat hitje uit 2013 waarin een eindeloos ‘eh-eh-oh, eh-oh’ klinkt) worden langzaamaan groot genoeg om het headlinerslot op een van dit formaat te vullen, mits ze in dit tempo hits blijven produceren. Vandaag de dag zakt de groep immers al af naar België met een sectie blazers en een indrukwekkend achtergrondkoor. Zo veel aankleding is gelukkig geen vereiste voor een memorabel optreden – integendeel.

Terwijl P!nk (Mainstage) in een tuigje salto’s tuimelt boven het podium in een show vol glitter, outfitwisselingen en ingewikkelde choreografieën, laat Guy Garvey in de knussere Barn 20.000 man uit zijn hand eten. Zijn Elbow (The Barn) is hier namelijk tegelijkertijd machtig klein en innemend groots in zijn eenvoudige opzet maar grootse publieksparticipatie. De set is niet makkelijk: laatste plaat Little Fictions ontving weinig lovende kritieken, toch speelt de band meerdere nummers van het album. Dankzij het enthousiasme en zijn prachtig heldere stemgeluid laat Garvey ook deze eigenzinnige nummers klinken als pareltjes. Met subliem afsluitend drieluik Lippy Kids, One Day Like This en Grounds For Divorce kan Elbow ook niet de mist in gaan. Garvey spoort zijn publiek nog zo aan om mee te klappen, fluiten, dan wel zingen, maar dat is echt niet nodig. Rock Werchter is zijn speelveld, het publiek zijn koor, en hij wordt op zijn wenken bediend. Het hele weekend nog schalt bij tijd en wijle “beaautiful” over de weide.

Vrijdag
“You have no idea what kind of music (?) I’ve endured for you!” leest het bordje dat iemand tegen het voorste hek vol overgave de lucht inhoudt. Het doet vermoeden dat de dame in kwestie al sinds de vroege uurtjes op de vrijdag bij het hoofdpodium heeft staan wachten op het aantreden van The Cure. In deze zon een heuse prestatie, dat geven we haar; maar waarom dat vraagteken?

Als je het ons vraagt, laat Rock Werchter 2019 juist op de vrijdag een sterke variatie aan rockartiesten op het hoofdpodium spelen. Naast de ijzersterke Belgische postpunkgroep Whispering Sons (Mainstage) en de indiepop van Nothing But Thieves (Mainstage), stonden hier zelfs voor aantreden van The Cure en Tool nog The 1975, Weezer en voormalig deathcoreband Bring Me The Horizon (Mainstage) – die laatste anno 2019 zelfs met danseressen, voor wat het waard is. The 1975 (Mainstage) bekritiseren is nu juist het laatste wat hoeft; dat doen de heren zelf al op slimme wijze. Als ultieme vorm van zelfspot worden op de schermen venijnige kritiek op de Britse popband getoond, van ‘zelfingenomen’ tot ‘misselijkmakend glad’. Er zit een kern van waarheid in, maar hoewel frontman Matty Healy eruit ziet als ongeïnteresseerde tienermeisjeshartenbreker, straalt op Werchter het plezier van het podium. The 1975 maakt dan makkelijk te verteren pop, maar wel met een bijzonder aangenaam smakenpalet.

Wanneer Rivers Cuomo het podium opstapt is het even schrikken. Is de frontman van Weezer (Mainstage) ineens twintig jaar ouder geworden? Gelukkig blijkt dat het slechts een ongelukkig uitgezocht zonnehoedje is dat deze eind-veertiger erbij laat lopen alsof hij bijna met pensioen gaat. Toch hebben de heren van Weezer al in geen jaren memorabel eigen werk uitgebracht. Ook vandaag is het dus vooral putten uit debuutplaat The Blue Album uit 1994, aangevuld met drie covers die zij dit jaar opnamen voor coverplaat Teal Album. Zo makkelijk scoren, is dat een zwaktebod of juist een gouden greep? Het blijkt dat laatste, wanneer nagenoeg elke hit luidkeels wordt meegezongen – maar wie kent er dan ook niet de lyrics van Take On Me (a-ha), Africa (Toto) en Happy Together (The Turtles)?

Zou dame-met-het-bordje zijn uitgeweken van de Mainstage, had ze zelfs kunnen genieten van de prachtige melancholie van indierockband Foxing (The Slope) op ontdekpodium van Werchter, moderne hiphopsensatie Denzel Curry (KluB C) die bekendheid verwierf bij rockliefhebbers door zijn uitstekende Rage Against The Machine-cover en de kleurrijke viering van diversiteit bij synthpop act Years & Years (The Barn). Ze had zich ook in een volle tent kunnen voegen bij de 20.000 vooral wat oudere bezoekers die naar Kurt Vile & The Violators (The Barn) kwamen kijken, zelf gewapend met gitaar en t-shirt met afbeelding van country-outlaws The Highwaymen (Johnny Cash, Willie Nelson, Waylon Jennings en Kris Kristofferson). Hoewel er geen fouten te bespeuren vallen bij Vile en zijn band, zijn zelfs technisch goed gespeelde nummers als Wakin’ On A Pretty Day en Pretty Pimpin niet voldoende om dit optreden er een te maken dat eruit springt.

Gelukkig voor onze dame-met-het-bordje speelt The Cure (Mainstage) al in de schemer. In tegenstelling tot Weezer lijken de heren van The Cure in decennia geen dag ouder te zijn geworden. Ook het ongestreken overhemd en kenmerkend artistieke haar van Robert Smith lijken rechtstreeks uit de jaren tachtig te komen – evenals zijn stem, die vanavond kraakhelder klinkt. De heren zijn bovendien in uitgesproken goede vorm. Bassist Simon Gallup zoekt oogcontact en loopt geanimeerd heen en weer, terwijl Smith hem omhelst en tot jongensachtig grijnzen uitlokt. Bij The Cure geen grootse act met confetti, maar ruim twee uur uitmuntende muziek zonder poespas. Het eerste uur is wat traag en zwaar, maar biedt ruimte voor veel deep cuts. Muziek hoeft immers niet altijd makkelijk te zijn. Het tweede uur klinken meer pophits en met een toegift van wel acht nummers kunnen ook de niet-kenners hun hart ophalen: Lullaby, The Caterpillar, The Walk, Doing The Unstuck, Friday I’m In Love, Close To Me, Why Can’t I Be You? én Boys Don’t Cry. Heerlijk!

Een opmerkelijke keuze, Tool (Mainstage) na middernacht tot twee uur ‘s nachts laten aanrukken. Zodra de heren de instrumenten oppakken is echter gelijk duidelijk waarom: schemering is niet duister genoeg voor Tool. Meer dan een korte groet wordt er niet gezegd, maar meer is ook niet nodig om volledig op te gaan in de ervaring die Tool biedt, iets waar veel bezoekers voor blijven ondanks de allesbehalve toegankelijke muziek van de band. Met bijna tien minuten speeltijd per nummer kiest Tool ook niet voor de makkelijkste weg. Frontman Maynard James Keenan, die uitstekend bij stem is, opereert vanuit de duisternis, terwijl de andere drie muzikanten zich laten belichten. De aandacht gaat echter uit naar de choquerende, absurde videobeelden van de hand van gitarist Adam Jones, die je meeslepen in een beangstigende ervaring van beeld en intense sound. Uiteindelijk is het die sound die Tool zo’n geliefde liveband maakt, zelfs wanneer er tientallen jaren op gewacht moet worden.

Zaterdag
De zon bereikt op de derde dag zijn hoogtepunt met wel 34 graden op de gelegenheidssteppe van Vlaanderen. Zag Rock Werchter vorig jaar rood door de Rode Duivelsshirtjes, zijn het deze editie roodverbrande schouders en verhitte gezichten die zorgen voor een beetje kleur. Dat er weinig publiek staat bij de show van Miles Kane (Mainstage) in de vroege middag, kunnen we dan ook aan de zon wijten; aan Kane’s spel en enthousiasme ligt het niet. Voor de gelegenheid speelt deze op Werchter graag geziene rocker zelfs een dansbare cover van Donna Summer’s Hot Stuff. Nog meer wordt er gedanst bij de indierockers Two Door Cinema Club (The Barn), waar men zelfs tot buiten de overvolle tent nog probeert een glimp mee te pakken van de zomerse deuntjes en kleurrijke beelden, en rapper/entertainer Macklemore (Mainstage), wiens makkelijk verteerbare hits en praatjes voor een toch wel heel leuk feestje zorgen.

Voor meer muzikale kwaliteiten zorgen Beirut (Mainstage), het door volksmuziek geïnspireerde project van de Amerikaanse Zach Condon dat hier foutloos over de weide zweeft, en de jonge Barns Courtney (The Slope), die in een korte set furieus The Slope onder handen neemt met aanstekelijke en bevlogen (pop)rock. Terwijl de zon eindelijk ondergaat, verschijnt Florence + The Machine (Mainstage) op het grote podium. Zoals de naam doet vermoeden, is het bovenal bezielde frontvrouw Florence Welch van wie je je ogen onmogelijk af kunt houden. Op blote voeten dartelt en rent ze in een wapperende witte jurk rond op het podium. Voor diegenen die ze passeert en wiens handen ze vastpakt is het een haast religieuze belevenis. Dat ze het podium weer betreedt met een beschadigde knie en bloed in haar jurk, lijkt haar allerminst te deren. Er moeten immers megahits zoals Shake It Out gezongen worden, en niemand anders kan dat zo prachtig als zij.

De banjo pontificaal de lucht ingestoken, zet Winston Marshall voet op het podium. Een statement. Deze banjo vormt de leidraad voor niet alleen dit optreden, maar de gehele carrière van Mumford & Sons (Mainstage). Toen het viertal in 2015 aankondigde dit karakteriserende snaarinstrument aan de wilgen van de folkrevival te hangen, volgde er veel kritiek. Hoewel die storm met de jaren is gaan liggen en Mumford & Sons zijn headlinerpositie heeft behouden, worden vanavond vooral de hits-met-banjo van Sigh No More en Babel enthousiast ontvangen met geklap en gezang. Fijner nog is het oprechte genieten dat op het podium te zien is. “Dit is een van mijn favoriete optredens van de laatste twee jaar!” zegt een breedlachende Marcus Mumford. Na een prima optreden volgt een geniaal drieluik met het met à capella zang doordrenkte Awake My Soul, een tot tranen roerende cover van Johnny Cash’s uitvoering van Hurt compleet met trompet, trombone en viool, en een euforisch I Will Wait. Waar wij niet op zaten te wachten, echter, was recent hitje Delta na deze nagenoeg perfecte afsluiting. Weten ze het bij het laatste nummer toch nog te verpesten.

Zondag
Helaas kunnen natuurlijk niet alle optredens baanbrekend memorabel zijn, en ook de tienerhartjes willen wat. Daarom dat Rock Werchter de Schotse singer-songwriter Lewis Capaldi (The Barn) heeft opgetrommeld. “Do you like fucking rock ‘n roll?” klinkt het. “Dan ben je bij het verkeerde optreden. Ik ga deprimerende liedjes voor jullie zingen!” Het is jammer van zijn sterke stem, want naast deprimerend, zijn Capaldi’s liedjes ook vrij zwak. Gelukkig weet de Schot met zijn zelfspot en morbide grapjes voldoende te vermaken.

Ter gelegenheid van de komst van Muse zijn op de zondag voor de variatie ook wat echt harde bands geprogrammeerd. De naar eigen zeggen “zwaarste band van de dag” Parkway Drive (Mainstage) is gewend aan de Australische zon en lijkt zelfs volledig in het zwart uitgedost weinig last te hebben van de temperaturen. Zodanig onaangedaan zijn de heren, dat ze een flinke bak herrie maken én om de paar nummers een paar flinke vlammen de lucht in sturen. Met werk van hun meest recente – en toegankelijkste – twee platen Ire en Reverence weten ze de liefhebbers zelfs nog te verleiden tot enkele bescheiden circlepits. Geen slechte score voor een groep die beter past op een festival als Graspop. Zeal & Ardor (The Slope) is er nog zo een, maar op het kleine podium is het lastig om de wall of sound met drie zangers echt tot zijn recht te laten komen. Desalniettemin zet de Zwitserse metalband een optreden neer dat klinkt naar meer.

Greta van Fleet (Mainstage) is inmiddels geen onbekende naam meer in muziekland, dat hebben de jongens vooral te danken aan de eindeloze vergelijking met Led Zeppelin en aantijgingen van het jatten van diens sound. Dat ‘retro’ ligt er dan ook wel erg dik bovenop bij het jonge viertal, in zowel sound als looks. Maar er is op zich niks mis met deze hang naar vervlogen tijden. Waar het echter aan kwaliteit verliest, is de uitvoering. Met 75 te vullen minuten en nog maar twee ep’s en een lp op hun naam vallen de heren terug op maar liefst twee (overigens weinig memorabele) covers, eindeloze gitaarsolo’s en ellenlange ‘aa-aah’s en ‘yeah-ea-eah’s. Hoe langer het duurt, des te vervelender het wordt. Om het over de alles overstemmende trilling van de bas nog maar niet te hebben.

Gelukkig is daar de groep die alles goed zou maken: New Order (The Barn). De band, tegenwoordig bestaande uit de voormalig leden van Joy Division minus Peter Hook, put deze avond niet alleen uit New Order-materiaal, maar brengen ook Unknown Pleasures onder de aandacht. Transmission en Shadowplay zijn al genoeg om de gehele tent aan het springen te krijgen; tegen de tijd dat het oh zo herkenbare intro van Blue Monday klinkt, is The Barn veranderd in de grootste 80’s-rave van de Benelux. Een superstrakke uitvoering, interessante visuals en mooie vocalen van Bernard Summer, maar ook fantastische setlistkeuzes: afgesloten wordt met niets minder dan Love Will Tear Us Apart. Een uitbundig dansfeest, maar ook een prachtige ode aan de nalatenschap van Ian Curtis.

Als artiesten te laat zijn, is dat nooit gewenst. Tot het moment dat dat betekent dat je na New Order de tent uitloopt en Muse (Mainstage), nog niet begonnen is terwijl dat wel al zou moeten. Dat ze ook eerder stopten, was een vervelendere verrassing. Van de ingeplande 2,5 uur werden er maar 2 volgemaakt. Te lang blijven hangen op dergelijke details is echter zonde, want wát een show brachten Matthew Bellamy, Dominic Howard en Christopher Wolstenholme naar Rock Werchter. Het is de enige festivalshow op de Simulation Theory World Tour, en voor Muse zelfs al de achtste keer Rock Werchter; meer bezoekjes dan menig aanwezige. Meer dan ooit mikt het trio op sensatie, shock en spektakel: van een gigantische metershoge bewegende robot op het podium tot dansende trombonisten in LED-lichtjes uitgedoste jasjes, alles in de futuristische 80’s stijl van die laatste plaat en megalomaan ten top. Muse zou Muse niet zijn zonder setlist met gigahits. Uprising, Plug In Baby, Hysteria, Time Is Running Out, Starlight… U merkt het al, die nieuwe nummers hebben deze status (nog) niet bereikt. Daarom des te gepaster dat Muse afsluit met een wervelwind van een medley met nóg meer hits: Stockholm Syndrome, Assassin, Reapers, The Handler en New Born om uiteindelijk gevolgd te worden door afsluiter Knights Of Cydonia. Sommige dingen veranderen gelukkig nooit.

Rock Werchter 2019
Gezien op 27 t/m 30 juni
Foto’s door Robin Looy

1 Reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *